STADSWANDELING DOOR LEIDEN



De stad Leiden is ontstaan als dijkdorp aan de zuidzijde tegenover een kunstmatige heuvel aan de samenvloeiing van de Oude en de Nieuwe Rijn omstreeks 860. In de op deze heuvel gelegen burcht zetelt aanvankelijk een leenman van de Bisschop van Utrecht, maar de burcht komt omstreeks 1100 in handen van de Graaf van Holland. De gunstig gelegen nederzetting krijgt in 1266 stadsrechten en ontwikkelt zich met haar bloeiende lakennijverheid tot een van de grootste steden van het Gewest Holland. In 1420 wordt Leiden, in het kader van de Hoekse en Kabeljauwse twisten veroverd door Hertog Jan VI van Beieren. In 1572 kiest de stad de zijde van de anti-Spaanse opstand. De Spaanse landvoogd Requesens belegert de stad in 1574 en nadat Leiden is ontzet op 3 oktober 1574, krijgt de stad in 1575 met de Universiteit Leiden de eerste universiteit van Nederland. Stadhouder Willem van Oranje betuigt hiermee zijn erkentelijkheid aan de Leidenaren en heeft zo een politiek-bestuurlijke reden voor goed opgeleide getrouwen.

In de 17e eeuw komt de stad tot grote bloei, dankzij de impuls die vluchtelingen uit Vlaanderen geven aan de textielnijverheid. In de Gouden Eeuw is Leiden, na Amsterdam, de op één na grootste stad van de Nederlanden. Door bevolkingsgroei wordt de aanleg van nieuwe grachten en singels noodzakelijk. En dit singelpatroon van 1659 is nog herkenbaar in het huidige centrum van Leiden. In de 18e eeuw raakt de textielnijverheid in verval, door protectionistische maatregelen in Frankrijk en de lonen, die vanwege de kosten van levensonderhoud in het Gewest Holland relatief hoog zijn. Het inwonertal van Leiden neemt af en bereikt omstreeks 1815 haar dieptepunt en zakt in die Franse Tijd af tot één van de armste steden van Nederland. Op 12 januari 1807 zorgt de Leidse buskruitramp plaats met ongeveer 150 burgerslachtoffers ervoor dat Koning Lodewijk Napoleon persoonlijk de stad bezoekt om de hulp aan de slachtoffers te coördineren. Op de plaats van de door de ontploffing is nu het Van der Werfpark en het Kamerlingh Onnes Laboratorium aangelegd.

Leidse buskruitramp (1807) van Carel Lodewijk Hansen (1765–1840)

Door de aanleg van belangrijke spoorlijn naar Haarlem in 1842 treedt voor Leiden enige verbetering op in de desolate sociaal-economische situatie en groeit weerhet aantal inwoners. was omstreeks 1900 nog steeds niet ver boven de 50.000 opgeklommen.zeer in gebruik genomen. Na de cholera epidemie in 1866 worst 2 jaar later gestart met de bouw van het nieuw Academisch Ziekenhuis. De stad breidt daarna uit buiten de singels. Tijdens WOII wordt Leiden zwaar getroffen door geallieerde bombardementen. Herbouw vindt plaats en het huidige Leiden profileert zich nu vooral als een centrum van wetenschappelijke kennis en nieuwe technologie. Daarnaast speelt ook het toerisme een steeds belangrijkere rol in deze historische vestingstad. Zo is Leiden nu vooral bekend als monumentenstad, universiteitstad en museumstad. Maar het is ook een gezellige stad met een enorme keuze aan cafés en eethuisjes, antiekzaken, restaurants en knusse winkeltjes. De stad heeft ondanks groot verlies van stadsschoon toch veel kunnen behouden. Nu de meeste straten en kades zijn opgeknapt en ouderwetse lantaarns de grachten, steegjes en pleintjes sfeervol verlichten, is Leiden zelfs een van de aantrekkelijkste oude steden van Nederland.


ROUTEBESCHRIJVING STADSWANDELING LEIDEN

We beginnen de stadswandeling aan de Morspoort, waar aan de overzijde van het Galgewater en de Morssingel de Morspoortgarage een ideaal uitgangspunt is. De Morspoort is de westelijke stadspoort van Leiden, Zuid-Holland. De stenen poort stamt uit 1669 en is in Hollandse Renaissance stijl opgetrokken volgens een ontwerp van de Leidse bouwmeester Willem van der Helm (1628-1675). Stadsmeester en steenhouwer Jan de Melander geeft leiding aan de uitvoering van het steenhouwerswerk: het stadswapen, het ‘kwabornament’, de kopjes boven de vensters, het jaartal en de bewerkte steentjes onder de kroonlijst. Grillige en olijke koppen, menselijke en dierlijke gestalten kijken op ons neer vanaf de consoles op de acht hoeken. Deze poort met zijn achtkantige koepel doet lange tijd dienst als gevangenis. Hier werden ook de lichamen van terechtgestelde mannen en vrouwen aan de galg op het galgenveld opgehangen. Niet voor niets heet de Rijn hier Galgewater. De naam van de poort is afgeleid van De Morsch, het drassige weidegebied buiten Leiden. De huidige Morspoort staat op de plaats waar eerder een houten bouwwerk gestaan heeft, dat rond 1611 is opgericht als Leiden zich naar het noorden uitbreidt. De Morspoort en de Zijlpoort zijn als enige overgebleven van de oorspronkelijk acht stadspoorten.

Leiden - Rijksmuseum Volkenkunde
Onder de stadspoort doorslaan we linksaf de 1ste Binnengrachtstraat in en wandelen langs de achterzijde van het Rijksmuseum Volkenkunde tot we op de Steenstraat naar links de toegang tot dit museum hebben, dat hier sinds 1935 gevestigd is in het voormalig Leids Academisch Ziekenhuis, dit is hetzelfde gebouw waar vroeger Museum Boerhaave is gevestigd en ook het Academisch Ziekenhuis zelf (tussen 1636 en 1639), een monumentaal gebouwencomplex van de Rijksgebouwendienst. Het museum is ontstaan uit het 's Rijks Ethnographisch Museum in Leiden dat is geopend in 1837. Dat maakt het museum tot een van de oudste volkenkundige musea ter wereld. Koning Willem I geeft al eerder geleerden de opdracht om collecties te verzamelen in landen als China, Indonesië en Japan. Zo heeft de arts Jonkheer Philipp Franz Balthasar von Siebold (1796-1866) rond 1825 in Dejima, de Nederlandse handelsnederzetting bij Nagasaki, veel Japanse voorwerpen verzameld. En in al die jaren heeft Rijksmuseum Volkenkunde al meer dan 240.000 voorwerpen verzameld, zoals een Indianentooi en een ijsberenbontbroek. De meest uiteenlopende voorwerpen, met allemaal hun eigen verhaal. Van magische Indonesische krissen tot zeldzame oude foto's van Australische Aboriginals.

De Steenstraat steken we over en langs de oever van de Rijnsburger Singel krijgen we zicht op de molen “De Valk”, een originele Leidse stellingkorenmolen uit 1743 met de enige bewaard gebleven stadsmolenaarswoning in Nederland. Het museum bevat ook een rosmolen, de collectie Van Rhijn en die van Vereniging De Hollandsche Molen. De molen heeft 7 verdiepingen en vanaf de omloop heb je een schitterend uitzicht over de stad. Sinds 2000 is de molen weer maalvaardig. De huidige stenen stellingmolen is de derde molen die op deze plek heeft gestaan. In 1611 wordt op het Valkenburger bolwerk de standerdmolen "De Valck" gebouwd en in 1667 wordt hier een houten stellingmolen neergezet, waarna hier in 1743 een hogere stenen stellingmolen “De Valk” verrijst, oorspronkelijk uitgerust met zes koppels stenen. In de molen zijn in het begin twee woningen voor de beide eigenaren, naderhand voor de molenaar en zijn knecht. Sinds 2 juni 1966 is de molen in gebruik als gemeentelijk molenmuseum.

Leiden - Museum De Lakenhal
Het museum is gevestigd in een groot monumentaal pand genaamd de “Laeckenhalle”, waar in het Middeleeuwse Leiden het laken gekeurd wordt en bij goedkeuring een loodje krijgt met daarin een stempel. De Lakenhal is ontworpen en omstreeks 1640 gebouwd door Arent van ‘s-Gravesande (1600-1662), het pronkstuk voor de stad Leiden als het economisch gezien voor de wind ging. De lakenhal had een zeer belangrijke functie omdat het een controlepunt was voor de stedelijke overheid. De Lakenhal behoudt haar oorspronkelijk functie tot 1800 als door toenemende concurrentie de lakenindustrie in Leiden praktisch verdwenen is. In 1874 krijgt de Lakenhal haar huidige functie als stedelijk museum en wordt in 1890 en 1920 uitgebreid om onderdak te kunnen bieden aan de groeiende stadscollectie, die de geschiedenis van de stad en haar bewoners door de eeuwen heen weergeeft. Bijzondere museumstukken zijn: Het Laatste Oordeel (1527), drieluik van Lucas van Leyden (1494-1533), een historisch tafereel geschilderd door Rembrandt van Rijn(1606-1669), de beroemde bronzen kookpot, door de Spanjaarden, gevuld met hutspot, achtergelaten op 3 oktober 1574 in de Lammenschans.

Even voorbij de Lakenhal steken we bij de brug over naar de overzijde van het water: de Oude Vest. Naar links gaat de wandeling langs de Leidse Schouwburg, gebouwd in 1705 op initiatief van acteur Jacob van Rijndorp (1663-1720) en is het oudste theater van Nederland. Het staat op de plek van een afgebrande bierbrouwerij en is onafgebroken in gebruik geweest als theater. De theaterzaal met zijn klassieke bonbonnièrevorm is in de loop der eeuwen grootschalig verbouwd. Zo wordt na 1833 aan beide zijden van de schouwburg een pand aangekocht om het theater uit te kunnen breiden. In 1865 krijgt onder leiding van stadsarchitect Jan Willem Schaap (1813-1887) de Leidse Schouwburg haar huidige hoefijzervorm, geïnspireerd op de Italiaanse theaters. In de jaren ’60 van de 20e eeuw ontstaan plannen voor totale sloop en nieuwbouw op een andere locatie, maar de ‘oude dame’ wordt tussen 1974 en 1976 gerestaureerd, door architect Onno Greiner (1925-2010). Het interieur wordt bij de laatste verbouwing in 1997 vervangen en krijgt de inrichting van 1865 en de theaterzaal biedt sinds een verbouwing in 2009 ruimte aan 541 bezoekers Aan gekomen bij de Lange Mare slaan we rechts af en passeren de Marekerk, gebouwd tussen 1639 en 1649 in Hollands Classicisme met achthoekige centraalbouw naar een ontwerp van Arent van 's-Gravesande (1600-1662) onder leiding van Jacob van Campen (1596-1657). De zandstenen gevel van de kerk met de hoofdingang is een der eerste kerken die voor de Protestantse eredienst is ontworpen, waarbij de preekstoel centraal staat met de stoelen en banken eromheen gegroepeerd.

Leiden - Visbrug met sculptuur Bloemenkoopman van Gerard Brouwer
Verderop in de straat op de kruising met de Haarlemmerstraat staat de Hartebrugkerk, vernoemd naar de toentertijd ervoor gelegen brug met dezelfde naam. De officiële naam is Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen, maar ook bekend als de Coeliekerk, naar de Latijnse spreuk boven de ingang” Hic Domus Dei est et Porta Coeli (Dit is het huis van God en de poort naar de hemel). Vanaf de Reformatie tot het begin van de 19e eeuw hebben de Protestanten in Nederland het voor het zeggen en de Katholieken houden hun diensten in schuilkerken. Als met de grondwet van 1848 de godsdienstvrijheid is gevestigd, is het tijd om ook in Leiden een katholieke kerk te bouwen. Deze nieuwe katholieke kerk komt pal naast de Hartebrug over het water van de Mare te staan aan de Haarlemmerstraat. Het kerkgebouw ontworpen door Theo Molkenboer (1796-1863) en is een zogenoemde Waterstaatskerk in Neo-Classicistische stijl gebouwd. Aan de buitenkant zijn de klassieke invloeden duidelijk te zien, zoals de Ionische zuilen met daarboven het tympanon of fronton. In het tympanon is een oog afgebeeld, dat het alziend oog voorstelt. Op het doorlopende fries (onder het tympanon) is een Latijnse spreuk te lezen. Door de Stille Mare komen we aan de Waaghoofdbrug over de samenvloeiing van de Oude Rijn en Nieuwe Rijn. Hier staat aan de Aalmarkt de Waag aan het zogenaamde Waaghoofd, de kade waar de schepen vroeger zijn gelost. De kranen die hiervoor werden gebruikt zijn niet meer aanwezig. Het Waaghoofd is nu een aanlanding van de Waaghoofdbrug, een brug voor langzaam verkeer tussen de Aalmarkt en de Stille Rijn/Stille Mare. De Waag is rond 1657 gebouwd naar een ontwerp van Pieter Post (1608-1669) in de stijl van het Hollands Classicisme met boven de poort een reliëf dat het waagbedrijf afbeeldt van de beeldhouwer Rombout Verhulst (1624-1698). Op deze plaats heeft vanaf 1455 het oude, houten waaggebouw gestaan, waar de Oude Rijn, de Nieuwe Rijn en de Mare samenkomen. Nu is het de Stadsgehoorzaal Leiden.

Naar links over de kade komen we aan de Visbrug met daarop de Sculptuur Bloemenkoopman van Gerard Brouwer. We hebben hier naar het noorden een prachtig zicht op de Hartebrugkerk. Over de brug gaan we direct naar rechts en volgen de kade langs de Nieuwe Rijn met zijn vele terrasjes. Aangekomen op de kruising met de Burgsteeg hebben we aan onze rechterzijde de Koornbrug over de Nieuwe Rijn. Deze gemetselde Koornbrug van 3 bogen, middenboog met sluisstenen stamt uit 1642 en dankt zijn naam aan het feit dat hier koren werd verhandeld. In de 17e eeuw wordt de brug vernieuwd naar een ontwerp van Arent van 's-Gravesande. De overkapping met houten zuilen galerijen wordt in 1642 geplaatst naar een ontwerp van Salomon van der Paauw (1794-1869) om zo de koopwaar te beschermen. In maart 2007 is de brug gerestaureerd omdat de brug door houtrot en schimmels was aangetast. Op het fronton is het stadswapen van Leiden aangebracht. Naar links door de Burgsteeg komen we aan de toegangspoort (1653), welke toegang geeft tot de Burcht van Leiden.

Leiden - Vismarkt en Nieuwe Rijn
De ronde burcht is een van de oudste nog bestaande burchten in Nederland en staat op de plek waar de twee armen van de Rijn samenvloeien op een motte, een kunstmatige heuvel. Met het opwerpen van een palissadeheuvel wordt op deze plek in de 9de en 10de eeuw de eerste aanzet gemaakt voor de huidige burcht. Het is een met palen omheinde vluchtplek voor mensen en hun vee tegen mogelijke belagers. Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er rond het jaar 1000 hier ook een houten gebouw gestaan heeft. In de elfde eeuw is de heuvel diverse malen verhoogd tot ongeveer 12 meter boven het omliggende maaiveld. Onder Graaf Dirk VI maakte de houten omheining plaats voor een tufstenen ringmuur, maar tijdens de Loonse Oorlog (1203-1206) loopt de burcht bij gevechten grote schade op, die wordt hersteld met kloostermoppen. Omstreeks 1275 wordt de ringmuur in opdracht van Floris V herbouwd. Zo is er nu een borstwering met kantelen en heeft de burcht een doorsnede van 35,5 meter. Het muurwerk is gemiddeld 6,2 meter hoog en heeft een dikte van 80 tot 90 centimeter. Aan de binnenzijde is de burcht voorzien van diepe bakstenen spaarbogen. Boven deze constructie bevindt zich een weergang en in de muur zijn op verschillende plaatsen schietgaten aangebracht. Een enkele pijler kent een kleine nis. In de 14e en 15e eeuw is er sprake van een toren, waarvan de functie onduidelijk is, mogelijk een voorraadtoren. Voor bewoning is het oppervlak te klein. De burcht verliest zijn militaire functie, doordat het gebouw steeds meer ingebouwd raakt. Na 1651 wordt een nieuwe toegangspoort, verfraaid met natuurstenen wapenstenen van de verschillende burgemeesters die als burggraaf optraden en het stadswapen, gebouwd in de zuidelijke muur. De leeuw boven deze poort (1662) is van beeldhouwer Rombout Verhulst. De burchtgracht is al in de 16e of 17e eeuw gedempt. Hierdoor ontstaat langs de heuvel van de burcht het Burchtheuvelpad, nu Van der Sterrepad naar de door architect Pieter van der Sterre (1915-1978) uitgevoerde restauratie van het Burchtzalencomplex.

Vanuit de Burgsteeg komen we in de Nieuwstraat, waar we tegen de Hooglandse Kerk aankijken. De naam “Hoogland” verwijst naar het Hoge Land waarop de kerk gebouwd is. Deze kerk wordt ook wel St. Pancraskerk genoemd en is gesticht in 1315 als een houten kerkje. De huidige Laat-Gotische, sierlijke kerk, maar met een volledig wit, ijl, hoog interieur, stamt uit de periode 1470-1550 als de kerk door Jan van Virneburg, Bisschop van Utrecht, verheven wordt tot kapittelkerk. Maar door geldgebrek stopt in 1535 de bouw waardoor het schip, de gewelven, balustraden en luchtbogen niet meer kunnen worden voltooid. Door de Beeldenstorm, waarbij veel kostbare kunstvoorwerpen en archiefstukken verloren zijn gegaan, en de Reformatie wordt in 1572 de Katholieke Hooglandse Kerk hervormd tot Protestantse kerk. Hier bevindt zich het graf van Burgemeester van de Werff, die tijdens het beleg van Leiden in de 80-jarige oorlog zo'n belangrijke rol heeft gespeeld. Van 1840 tot 1903 vind er een grote restauratie, die hoognodig is omdat door de kruitramp van 1807 de kerk erg bouwvallig is geworden en het slopen van de kerk zelfs wordt overwogen. De volgende grote restauratie is van 1952 tot 1972 doordat de kerk opnieuw instabiel was geworden ten gevolge WOII. De Hooglandse Kerk is bijzonder trots op haar orgels. Het oudste orgel draagt de naam van zijn ontwerper De Swart en die van zijn latere orgelmeester Van Hagerbeer en stamt uit 1565. In de eeuwen die volgen is dit orgel in de Hooglandse Kerk nog enkele keren uitgebreid en gerestaureerd en is nog steeds in gebruik. Naast dit orgel heeft de Hooglandse kerk ook de Kabinetorgel in haar bezit waarvan de hedendaagse stemming een speciale variant is van de oorspronkelijke middentoonstemming. In de Hooglandse Kerk zien we een preekstoel uit 1604, een doophek uit 1632, de grafsteen van Justinus van Nassau en zijn vrouw, een enorm uurwerk uit 1607 en bovenal het imposante orgel.

Leiden - Toegang naar de Burcht van Leiden
Tegenover de Hooglandse Kerk staat op de hoek van de Beschuitsteeg een wonderlijk museum van Leiden: Leiden American Pilgrim Museum, gewijd aan de Pilgrim Fathers. Deze Engelse puriteinse vluchtelingen verblijven zo'n 12 jaar in Leiden, tot 1620, als ze met de Mayflower de oversteek naar de Nieuwe Wereld maken, wat nog steeds jaarlijks herdacht wordt in de Verenigde Staten met Thanksgiving day. Het is gevestigd in een huis uit 1365-1370. In dit huis is een woning uit de tijd van de Pilgrim Fathers gereconstrueerd om bezoekers te laten zien hoe de Pilgrims in werkelijkheid geleefd hebben. Ook toont het museum een collectie van 16e en 17e eeuwse kaarten en gravures van onder meer Gerard Mercator en Adriaen Pietersz. van de Venne. Voorbij de Hooglandse Kerk slaan we rechtsaf de Hartesteeg, waar we na de Kanrnemelkbrug over de Nieuwe Rijn door het aan de Breestraat en de Korevaartstraat komen. We volgen de singel over de Steenschuur langs het Kamerlingh Onnesgebouw, waarin de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden is gehuisvest wordt. Het pand is gebouwd op de “Kleine Ruïne, die ontstaan is na de Leidse buskruitramp van 1807 en die een groot gedeelte van de binnenstad verwoest heeft. Jarenlange heeft het terrein braak gelegen tot hier in 1859 een nieuw laboratoriumgebouw voor de universiteit is opgeleverd in Neo-Classicistische stijl, ontworpen door Henri Camp (1821-1875), hofarchitect van Koning Willem III. In 1908 krijgt het gebouw wereldwijde bekendheid als het koudste plekje op aarde, vanwege het feit dat hoogleraar Heike Kamerlingh Onnes (1853-1926) er in slaagt helium vloeibaar te maken. In 1932 krijgt het natuurkundig laboratorium de naam Kamerlingh Onnes Laboratorium. Als het laboratorium in de jaren '90 van de vorige eeuw verhuist, komt er de rechtenfaculteit. In 2004 wordt het gebouw gerenoveerd naar ontwerp van architect Hans Ruijsenaars.

Voor we rechtsaf de Langebrug inslaan hebben we aan de overzijde van de Singel zicht op het Van der Werfpark, gelegen op de plek waar in 1807 de ontploffing van een kruitschip een deel van de binnenstad verwoest heeft met daarin een standbeeld ter nagedachtenis aan Burgemeester Pieter Adriaensz. van der Werf (1529-1604). In 1874 heeft men besloten tot oprichting van dit standbeeld, maar dit duurt tot 1884 voordat het standbeeld op zijn plaats stond. Pieter Adriaensz. van der Werf is zeemmaker en bontwerker, die zich aansluit bij de calvinisten en wordt in 1572 agent van Willem van Oranje, voor wie hij geld inzamelt en met wie hij nauwe contacten onderhoudt. Terug in Leiden wordt hij in 1573 gekozen tot burgemeester, ook tijdens het beleg van Leiden en daarna. De vier bronzen reliëfs op de zijden van het voetstuk vertellen het verhaal van Leidens Ontzet. Naast het Leidse wapen zijn er ook de wapenschilden van de Waterschappen Rijnland, Delfland en Schieland, waar de strijd om Leiden is gevoerd. Bij de eerste gelegenheid gaan we in de Langebrug naar links de Zonneveldstraat aan en komen er op nummer 10 langs de voorgevel van het voormalige politiebureau uit 1927, een ontwerp van Architect Jan Neysingh in Amsterdamse School verwante bouwstijl. In grote delen van de stalen kozijnen bevindt zich glas-in-lood. Het politiebureau is beschermd stadsgezicht met zijn hoekpaviljoens en terugliggende middenpartij met bakstenen gevel, afwisselend in een horizontaal en verticaal verband. Centraal in de voorgevel is de hoofdingang met dubbele houten deur met houtsnijwerk en acht horizontale ruitjes. Boven de ingang in terracotta letters: "Bureau van Politie". Op de stoep staan twee hardstenen koffertjes onderdeel van monument Bagage van de kunstenaar Rem Katzit, dat verwijst naar de 270 gedeporteerde Leidse Joden.

Leiden - Voormalig Politiebureau (1927) in de Zonneveldstraat met Bagage van Ram Katzir (1969)
Aan het einde van de Zonneveldstraat slaan we rechtsaf de Nieuwstraat in en komen zo aan de achterzijde van de St. Pieterskerk. Naar links door de Kloksteeg bereiken we het Pieterskerkhof, het mooiste plein van de stad. Autovrij, groot en geflankeerd door de machtige St. Pieterskerk en het kasteelachtige Gravensteen. De St. Pieterskerk is de oudste kerk van Leiden en in 1121 als hofkapel, gewijd aan Petrus en Paulus, gesticht voor de Graven van Holland, die in het aangrenzende Gravensteen resideren. Pas in 1268 wordt de kerk als eerste in de stad tot parochiekerk verheven. De St. Pieterskerk heeft tot het begin van de 16e eeuw een heel ander aanzien dan vandaag de dag. In die tijd heeft de kerk een toren die hoog boven Leiden uitsteekt. In de nacht van 4 op 5 maart 1512 stort de toren echter in om daarna door geldgebrek nooit meer herbouwd te worden. Na de Reformatie in 1572 wordt de Katholieke St. Pieterskerk aangepast voor de Protestantse eredienst. Zo worden altaren en kapelletjes verwijderd en de muren met een laag kalkpleister bedekt. Opvallend zijn de kerkhuizen tegen de zuidzijde van de St. Pieterskerk. In 1622 geven de kerkmeesters opdracht tot de bouw van drie woonhuizen en uiteindelijk zijn het er zo’n 24 kerkhuizen rond de kerk geworden, die door verhuur een regelmatige bron van inkomsten opleveren. Ze worden bewoond door de lagere middenklasse, waaronder een kleermaker, schoolmeester en deurwaarder. De koster mocht er ‘om niet’ wonen. Na sloop in de 19e eeuw zijn er nog twaalf overgebleven rond het koor en die worden nog altijd bewoond. De St. Pieterskerk bevat de graftombes van een aantal beroemde personen zoals Jan Steen, Hermanus Boerhaave en John Robinson, de leider van de Pilgrim Fathers. Maar , een religieuze groepering uit Engeland. Maar herbergt ook een aantal waardevolle schatten. Een ontdekking zijn de eeuwenoude en zeldzame zuilschilderingen onder een dikke laag witkalk op de zuilen in het koor en het interieur van de Kerkmeesterskamer is sinds 1740 nauwelijks veranderd. In 1975 verliest de St. Pieterskerk zijn religieuze functie en wordt sindsdien voor andere doeleinden gebruikt zoals evenementenlocatie of voor het houden van concerten.

Met de klok mee wandelen we over het Pieterskerkhof voorbij aan de zuidzijde van het Gravensteen, gebouwd in het begin van de dertiende eeuw en heeft dienst gedaan als gevangenis van de Graven van Holland. De zuidelijke gevel met rood-witte luiken en het tuchthuis daarnaast stammen uit de 17e eeuw. We lopen door tot we naar links Pieterskerk Choorsteeg inslaan en weer op de Langebrug uitkomen. Op de hoek van de Pieterskerk Choorsteeg met de Langebrug gaat de route even naar rechts om dan linksaf door de smalle Wolstraat in de Breestraat uit te komen. Tegenover de Wolstraat ligt aan de Langebrug de Gekroonde Liefdepoort, een onooglijk steegje waar ooit de Schilder Jan Steen gewoond heeft. Achter dit poort bevindt zich een geslaagd samengaan van moderne en oude hofjes, waarbij het Pieter Gerritsz Spekhofje achteraan rechts een kleine parel is. Als enige van de 35 Leidse hofjes zijn de bakstenen huisjes hier wit geschilderd. Door de poort linksachter in het hofje kun door een pittoresk gangetje pal achter de St. Pieterskerk uitkomen. Wij vervolgen de route door de Wolstraat naar de Breestraat. Hier ligt voor ons het imposante Stadhuis van Leiden. De prachtige Renaissance gevel van Architect Lieven de Key (1560-1627) met een groot aantal decoratieve elementen is na de beruchte stadhuisbrand van 1929 geheel herbouwd in originele stijl van ca. 1600. Vier bepruikte wapendragende leeuwen met het stadswapen flankeren de trappen naar het bordes. Aan de linkerzijde van dit bordes zien we de zgn. Roepstoel, waar op 3 oktober 1574 bekend wordt gemaakt dat het beleg door de Spaanse troepen tijdens de tachtigjarige oorlog ten einde is, waarna de traditionele hutspot wordt gegeten, buit gemaakt door de Leidse weesjongen Cornelis Joppensz. En n de muur is een maatstok gekerfd, zodat er niet gefraudeerd zou kunnen worden met de afmetingen van het laken. De toren van het stadhuis is 53 meter hoog en lijkt op zijn afgebrande voorganger. De romp is vierkant en bezet met vierentwintig kraagstukken die de vier jaargetijden voorstellen. Naar boven toe wordt de toren steeds smaller en bekroond met een uitbottende bol met een windvaan met het Leidse stadswapen.

Leiden - Renaissance gevel van het Stadhuis van Leiden
We vervolgen de Breestraat in noordelijke richting en zien op het kruispunt met de Pieterskerk Choorsteeg in het plaveisel van de straat de zgn. zeshoekige blauwe steen, het historische middelpunt van de stad en tevens de plek waar vroeger de beul zijn werk deed. Op het volgende kruispunt slaan we naar links de Diefsteeg in. De Diefsteeg is een smal steegje met winkeltjes en oude pandjes, die zijn aangemerkt als rijksmonument. Dit straatje heet oorspronkelijk de 'Gravinnensteeg', vermoedelijk naar Gravin Margaretha en het nabij gelegen ’s Gravensteen, waar de Graven van Holland regelmatig verbleven hebben. Verderop komen we door de Lokhorststraat met op de hoek de aantrekkelijke gevel van de voormalige Latijnse School, gebouwd in 1599 en tot 1864 gebruikt als gymnasium. Aan het Gerecht staan we bij de eerder gepasseerde zuidzijde van het Gravensteen met zijn grote vierkantige centrale toren uit de 12e eeuw, die waarschijnlijk gebruikt is als gevangenis, wat te zien is aan de vele ketens die nog steeds in de kelder van het Gravensteen te bezichtigen zijn. In 1463 wordt de toren met 2,5 meter verhoogd en een extra traptoren aan het gebouw toegevoegd. In het jaar 1556 komt er o.a. een vleugel bij met vier nieuwe vertrekken voor de gevangenen. Deze vier extra cellen zijn van binnen beschilderd met muurschilderingen die dienen om de gevangenen tot inkeer te laten komen. Het Gravensteen wordt n de 17e eeuw opnieuw uitgebreid met een tuchthuis, een rasphuis voor de mannen en een spinhuis voor de vrouwelijke gevangenen. De laatste verbouwingen aan het gebouw dateren van 1671 als er een nieuwe Vierschaar, de door vier banken omsloten plaats waar de rechters oordeel vellen, en Schepenkamer bij worden gebouwd. Als in 1853 de laatste executie is voltrokken door middel van de strop, verliest het Gravensteen zijn rol als gevangenis voor de stad Leiden. Vanaf 1955 is het pand in gebruik door de Universiteit Leiden.

Via de Houtstraat komt de stadswandeling uit op het Rapenburg, Leidens beroemdste en deftigste gracht. Op de hoek rechts zit het Rijksmuseum van Oudheden, in 1818 gesticht door Koning Willem I. Het museum beheert de topstukken van de Nederlandse archeologie daterend van de prehistorie tot aan het einde van de Middeleeuwen, maar ook collecties van archeologische artefacten afkomstig uit culturen die van grote invloed zijn geweest op onze hedendaagse cultuur. Het laatste dat je verwacht, als je het Hollandse grachtenpand binnenloopt, is een enorme zaal die een Egyptische tempel overkapt. Het museum met zijn oudheden en bodemschatten uit Egypte, Mesopotamië en het Midden-Oosten laat goed zien dat een collectie uit de oudheid niet saai en stoffig hoeft te zijn. Aan de gracht wandelen we even naar links om bij de eerste brug naar de overzijde van Rapenburg te gaan. Hier staan we voor het Academiegebouw van de Leidse Universiteit, gevestigd in het voormalige Witte Nonnenklooster. Leiden krijgt in 1575 haar universiteit, gehuisvest in de kapel van het voormalige Dominicanessenklooster aan het Rapenburg. Sinds de Reformatie zijn de nonnen vertrokken en staat dit gebouw leeg. Er wordt een vloer gelegd in de kapel om een verdieping te maken, wat te zien is aan de halverwege onderbroken ramen. Het Academiegebouw wordt nog steeds gebruikt voor colleges en officiële gelegenheden, zoals afstuderen en promotie. Achter de poort ligt de Hortus Botanicus, de oudste botanische tuin van ons land en beroemd om zijn kassen met tropische natuurwonderen als de Braziliaanse reuzenwaterlelie en de Amorphophallus. Even verderop hebben Japanners een tuin aangelegd ter nagedachtenis aan de plantenverzamelaar Jonkheer Philipp Franz Balthasar von Siebold (1796-1866). En overal tussendoor ontsluiten paadjes duizenden uitheemse soorten, die tot een natuurlijk geheel zijn verenigd tegen het decor van de Leidse sterrenwachtkoepels. Op zondag waaien flarden klassieke muziek door het groen, want dan is de oranjerie omgetoverd in een concertzaal. De Clusiustuin maakt de meeste indruk. Het is een natuurgetrouwe kopie van de Hortus zoals die er kort na de oprichting in 1590 uitzag. Toen diende de tuin als toeleverancier van medicijnen voor de medische faculteit.

Leiden - Plaquette gevel Academiegebouw Universiteit Leiden
We wandelen Rapenburg verder af en slaan voorbij de Doelensteeg bij de Groenhazengracht naar linksaf. Zo komen we aan de kruising van de Groenhazengracht met de Doelengracht bij de Doelenpoort, aan het noordelijke begin van de Sebastiaansdoelen, Deze poort geeft toegang tot het terrein waar van 1818 tot 1980 het gebouwencomplex van de Doelenkazerne met het oefenterrein van de Leidse Schutterij gestaan heeft. De poort stamt uit 1645 en is een ontwerp van de toenmalige stadsbouwmeester Arent van ’s-Gravesande. De geschilderde zandstenen poort is voorzien van Dorische halfzuilen en versierd met wapens en oorlogsattributen. Het beeldhouwwerk op de poort is van de hand van de Haagse beeldhouwer Pieter Adriaensz. ’t Hooft (1610-1650) en verwijst naar een van de twee Leidse schuttersgilden: het St. Jorisgilde, dat bij de stadsuitbreiding van 1386 dit terrein ter beschikking krijgt. In 1477 gaat het andere schuttersgilde, het St. Sebastiaangilde, hier ook oefenen. Beide schuttersgilden worden enkele jaren na het Leids Ontzet samengevoegd, waarbij ze ook de beschikking krijgen over musketten in plaats van de hand- en voetbogen waarmee ze tot dan toe zijn uitgerust. De schuttersgilden worden opgeheven in 1798 tijdens de Bataafse Republiek en het Doelenterrein wordt legerkazerne. Het voormalige gebouw van het schuttersgilde is in 1821 gesloopt. De Doelenpoort is in 2012 grondig gerestaureerd.

Leiden - Doelenpoort aan de Groenhazengracht
Vanaf de Doelenpoort wandelen we de Oude Varkensmarkt in. Dit wijkje aan de Groenhazengracht heeft het stadsbestuur in de Middeleeuwen bestemd als hoerenbuurt. De prostituees worden in die tijd “haasje” genoemd. Zo is naar een van hen Groen Haasje, deze gracht genoemd. De dominees van de Franstalige Waalse Kerk hebben dit in de 17e eeuw zeker niet geweten. Vooraan vinden we op nummer 1 het Pieter Loridanshofje, gesticht in 1655 door de Waalse lakenwever Pieter Loridans. Het hofje is bestemd voor arme bejaarden uit den vreemde. In die tijd zijn dit meestal Fransen en Walen. Het poortgebouw geeft toegang tot een binnenplaats met twaalf huisjes. Opvallend is de open galerij aan de achterzijde van de binnenplaats. Het ontwerp van het Loridanshof wordt vermoedelijk gemaakt door de stadsmetselaar Pieter Jansz. van Noort, in samenwerking met de timmerlieden Jan van Acker en Jan Dircxsz. Vermij. De voorgevel is gebouwd in de sobere en strenge stijl van het Hollands Classicisme. De blinde, dichtgemetselde vensters aan de buitenmuren zijn nooit open geweest. Ze horen bij het ontwerp en zijn bedoeld om de muren een niet al te saai uiterlijk te geven. Alleen de middenpartij van de gevel is gedecoreerd met een zandstenen poort, met Ionische pilasters en een fronton op de eerste verdieping. Opvallend is de rondgemetselde schoorsteen met windvaan.

Zo komen we op het Noordeinde, waar we even naar links gaan om dan naar rechts de Weddesteeg in te wandelen. Een gedenksteen aan de Weddesteeg geeft de plaats aan waar Rembrandt van Rijn in 15 juli 1606 geboren is en tot 1631 met familie heeft gewoond. Nu resten enkel moderne appartementen en een sculptuur. Aan de westzijde van de Weddestraat staat in die tijd bij het water een zware muur achter de eigenlijke stadsmuur. De ruimte tussen de beide muren is gevuld met aarde en bovenop deze wal staan in die tijd twee molens, waarvan er een korte tijd in bezit is van de grootmoeder van Rembrandt. Bij de Rembrandtbrug staan we aan een dubbele houten ophaalbrug naar de binnenstad. In 1983 is deze brug over het Galgewater gebouwd als replica van een 17e eeuwse brug die op dezelfde plek gestaan heeft. De originele brug is in 1817 gesloopt. De brug is vernoemd naar de Rembrandt van Rijn die aan de zuidzijde in de Weddestraat is geboren en opgroeit. Over de brug aan de noordzijde van het Galgewater ligt standerdmolen De Put, een replica van de molen van de grootmoeder van Rembrandt. Deze oorspronkelijke molen van Jan Jansenzoon Put stamt uit 1619en brandt in 1640 af. Als de houten korenmolen daarna weer is opgebouwd, moet deze in 1729 wijken voor een stellingmolen, die de naam De Coornbloem / De Korenbloem / De Korenmolen draagt, maar in 1817 wordt gesloopt. Archeologen ontdekken in 1982 de funderingen van dit achthoekige molenbolwerk. In 1983 wordt het idee geopperd om op het oude bastion een replica van de voormalige standerdmolen te bouwen.

Leiden - Rembrandtsbrug en historische haven aan het Galgewater
We gaan bij de Rembrandtbrug over het Galgewater, een gedeelte van de Oude Rijn dat zijn naam ontleend aan de galgen, die vroeger langs dit water gestaan hebben en waar veroordeelde misdadigers zijn opgehangen. Naar rechts gaat de route de straat in, die het Kort Galgewater heet met zijn historische haven, opgericht in 1984. De haven is bestemd voor historische bedrijfsvaartuigen van voor 1940 en er liggen nu negen van deze schepen, die gezamenlijk een prachtig havenbeeld vormen. De meeste van deze schepen zijn bewoond en worden onderhouden en gerestaureerd door de schippers. Zij stellen zich te doel het authentieke uiterlijk van deze schepen in stand te houden en waar nodig te herstellen. Aan de binnenkant zijn de schepen wel gemoderniseerd en geschikt gemaakt voor bewoning. Het oorspronkelijke laadruim is nu woonruimte geworden. De schepen vervullen een belangrijke museumfunctie en zijn een toeristische trekpleister geworden. Hier vinden we ook de oude stadstimmerwerf uit 1612 naar een ontwerp van de toenmalige stadstimmerman Jan Ottensz. van Seyst. Met pand met de rijk gedecoreerde trapgevel aan de rechterzijvleugel is oorspronkelijk zijn woonhuis, terwijl meer naar links de werkplaats gelegen is. In 1650 wordt achter de stadstimmerwerf begonnen met de bouw van een graanopslagplaats naar ontwerp van Arent van 's-Gravesande. Nu is het pand na een grondige restauratie eind twintigste eeuw ingericht voor de huisvesting van bejaarden.

Nog slechts een klein stukje van de stadswandeling brengt ons terug naar het startpunt aan de Morspoort. Hiervoor slaan we op de hoek van stadstimmerwerf linksaf door de Smidsteeg en staan op de volgende kruising aan de Morsstraat. Opnieuw naar links staan we even verderop aan de Morspoort, waar we onze stadswandeling begonnen zijn. Hier eindigt onze rondwandeling door Leiden.



Lange Afstand Wandelvereniging "VIA-VIA".

Gegenereerd op 25-04-2014 door C.P.J. Aerssens