ROUTE MARKDAL EN MASTBOS 8 KM

© L.A.W.V.VIA-VIA
Breda - Ginnekenmarkt

Vertrekpunt
Afstand
Korte karakteristiek







Breda, Ginnekenmarkt.
Ongeveer 8 km.
Deze korte wandelroute aan de zuidzijde van Breda start op de Ginnekenmarkt en loopt over de Duivelsbruglaan in het eerste gedeelte langs het riviertje de Mark. Hier heeft de Brabantse Delta het Markdal in een meer oorspronkelijke situatie teruggebracht. Door het natuurgebied van de Blauwe Kamer komen we in het noordoostelijke deel van boswachterij het Mastbos. Dit is het oudste deel van het vroegere jachtterrein van de Nassaus. Het Mastbos is de trots van Breda en het oudste cultuurbos van Nederland. Over de Duivelsbruglaan keren we terug naar de pitoreske Ginnekenmarkt met zijn gezellige caféetjes.

ROUTEBESCHRIJVING

Vanaf de Ginnekenmarkt vertrekken we. De Ginnekenmarkt met de uit 1790 afkomstige waterpomp midden op het pleintje biedt een keur aan antiekwinkels, boetiekjes en gezellige kroegjes waar je op een zonnige dag de typische Bourgondische sfeer kunt proeven. Langs het 400 jaar oude pand van Café Boerke Verschuren verlaten we de Ginnekenmarkt en lopen de Duivelsbruglaan in. We passeren de oude Nederlands Hervormde kerk. Deze Duivelsbruglaan, vroeger ook wel Kerkpad, Galdersepad en Brugstraat genoemd, loopt tot aan het riviertje de Mark naar de Duivelsbrug. Het gedeelte tussen de Ginnekenmarkt en de brug was voor de bouw van de brug slechts een voetpad en werd in 1545 vermeld als Kerckpat en in 1699 als den Galdertsen Pat en de Padt van Galder. In 1860 werd dit gedeelte de Brugstraat genoemd. De Duivelsbrug is een bekende brug in Breda. In 1611 werd op deze plaats een brug gebouwd door Jan Baptist Keermans, de toenmalige eigenaar van Bouvigne. Tevoren was er slechts sprake van een vonder. Deze werd voor het eerst vermeld in 1511. In 1641 werd de brug opengesteld en werd een belangrijke schakel in het verkeer van Geertruidenberg naar Antwerpen. De brug wordt in 1756 voor het eerst vermeld als Duivelsbrug.

© L.A.W.V.VIA-VIA

Over deze Duivelsbrug komen we meteen in het Markdal, dat tussen Breda en de grens met België ligt. Eind jaren zestig van de vorige eeuw is de Mark gekanaliseerd. Dit gebeurde om wateroverlast te voorkomen. Ook de landbouw had er veel baat bij. Inmiddels is het Markdal natuurontwikkelingsgebied en sinds 2004 meandert de Mark weer. Er zijn bochten en steile oevers in de rivier gemaakt en nu schuurt en slingert de Mark zich weer door het schrale zand. Sinds het gebied in de oude staat is teruggebracht komen hier weer planten voor als dwergbiezen en blaartrekkende boterbloem. Langs de oevers nestelen ijsvogels en oeverzwaluwen. De Canadese gans en de wintertaling overwinteren in het gebied. Weilanden zijn omgevormd tot schraalgraslanden. Vele vissoorten voelen zich weer in het water thuis. In de weilanden zijn gescheiden wandel- en fietspaden aangelegd. Het mag duidelijk zijn: het Markdal is volop in ontwikkeling. Ook de Strijbeekse Beek, die in de buurt van de Belgische grens uitmondt in de Mark krijgt zijn oorspronkelijke kronkelende vorm terug.

Door deze herinrichting van het Markdal zoekt het water van dit laaglandriviertje kronkelend een weg. Hierdoor krijgt het regenwater tijdens extreme buien meer ruimte. De kans dat kelders en tuinen in het zuidelijk deel van Breda onderlopen, wordt hierdoor beperkt. Want als we over de Mark in oostelijke richting kijken, zijn het inderdaad mooie tuinen en villa’s, die direct aan het Markdal richting Ulvenhout liggen. Allereerst valt de grote villa van Raming, met een eigen tennisbaan erbij, op. In 1910 bouwde de architectencombinatie P.A.Oomes (1855-1927) en L.van der Pas (1849-1914), in opdracht van J.C.Raming, een groot landhuis op de Ulvenhoutselaan 12, dat ontworpen werd naar voorbeelden rond Antwerpen en dat Neoclassistische trekken heeft.

Media4 Content Creators
Markdal - Villa aan de Mark
Meteen aan onze rechterhand passeren we de Bredase natuurijsbaan, schilderachtig gelegen in de schaduw van kasteel Bouvigne, ingesloten door de Mark en het Mastbos. Deze natuurijsbaan stamt uit 1907, toen Mr. Pels Rijcken contact opnam met de dienst der Staatsdomeinen over een terrein tussen de Duivelsbruglaan en kasteel Bouvigne om hier een nieuwe ijsbaan aan te leggen. Er moesten wel enige aanpassingen aan het terrein plaatsvinden, zoals aanleg van dijken en egaliseren of vlak maken van de grond. De kosten daarvan werden geraamd op tweeduizend gulden. Voor de bemaling en de verlichting werden daarnaast een elektromotor en verlichtingsmateriaal aangeschaft bij de Nieuwe Elektriciteit en Waterleiding Maatschappij te Ginneken, die ook voor de installatie ter plaatse zou zorgen. De oppervlakte en vorm van het terrein, dat in 1907 van de Staatsdomeinen werd gepacht is tot in onze tijd grotendeels hetzelfde gebleven. Wel is in de loop der tijden op onderdelen wat gewijzigd.

Zo komen we ook voorbij Landgoed Bouvigne, nu eigendom van waterschap Brabantse Delta en een stukje historisch erfgoed van Breda. Kasteel Bouvigne is vaak afgebeeld op prenten en topografische kaarten. Eén van de bekendste kaarten is Siège de Breda over het beleg en de overgave van Breda aan Spinola. Deze kaart, vervaardigd door de Franse tekenaar Jacques Callot in 1628, behoort tot de vaste collectie van het Breda's Museum. De restauratie van het kasteel is in 1977 voltooid. De kasteeltuinen zijn aangelegd naar een Frans, een Engels en een Duitse tuinmodel. De beelden in de tuinen van landgoed Bouvigne maken het tot een fraai geheel.

De eerste vermelding in een officiële akte dateert van 1554. Door allerlei verbouwingen, waaronder het verhogen van de toren met een tweede verdieping, kreeg het kasteel in de periode van 1611 tot 1614 zijn huidige vorm en kwam toen in handen van de prinsen van Oranje. Zij hebben nooit veel belangstelling voor Bouvigne gehad, ze lieten er hun rentmeesters wonen. Deze rentmeesters onderhielden het kasteel slecht, want in 1774 was het zo vervallen dat er opdracht gegeven werd om het 'Casteel van Boeverijen', de oorspronkelijke naam van dit kasteel, te slopen. De plaatselijke bevolking wist dit te verhinderen en het werd opgeknapt. Toch deed Prins Willem V het kasteel in 1775 van de hand. Gedurende de volgende anderhalve eeuw wisselde Bouvigne vaak van eigenaar. In 1971 verkoopt de gemeente Breda, die na een grenswijziging in 1942 eigenaar is geworden, het landgoed aan het voormalige Hoogheemraadschap van West-Brabant, dat in 2004 is opgegaan in waterschap Brabantse Delta.

Media4 Content Creators
Breda - Kasteel Bouvigne
Verder lopend langs de westoever van de nu meanderende Mark komen we bij het 'Kippenbruggetje' bij de boerderij waar eens Kaat van Haperen woonde. Zij was ongetwijfeld de meest bekende boerin van Ginneken en omstreken. Na goed een kilometer door de striemende regen, waartegen onze paraplu’s nauwelijks bestand zijn komen we bij het volgende bruggetje en wordt de fietsroute naar de andere oever geleid. Wij blijven op de westelijke oever onze route vervolgen verlaten het Markdal bij de volgende brug met stuw om rechtsaf het gebied van De Blauwe Kamer te betreden. Een klein natuurgebied dat uitloopt op de Galderse Weg. Hier is ook woondagcentrum De Blauwe Kamer, onderdeel van Sensis, de organisatie voor zorg, onderwijs en diensten aan slechtziende en blinde mensen in Zuid-Nederland. Zowel kinderen als volwassenen kunnen er terecht voor onderzoek, onderwijs, advies, revalidatie, behandeling, begeleiding, cursussen, informatie en voorlichting. Sensis heeft voor mensen met een verstandelijke handicap die slechtziend of blind zijn een woon- en dagcentrum, waar naast wonen en werken, logeeropvang, weekendopvang, naschoolse opvang en activiteiten voor de vrije tijd worden geboden.

We lopen door tot aan de Galderse Weg. Als we deze oversteken komen we in boswachterij het Mastbos, 570 hectare groot, de trots van Breda en het oudste cultuurbos van Nederland. Op de landkaart maakt het Mastbos een armzalige indruk. Flora en fauna liggen ingeklemd tussen snelwegen A16 en A58 en de stad Breda. Meer een stadspark, lijkt het. Maar de werkelijkheid is anders. Wie hier aan de zuidelijke stadsrand steeds dieper in de natuur doordringt, treedt in de betovering van een sprookjesbos. Weg van het stadse verkeer, maar toch zo dichtbij, ligt het rijk van reeën, vossen, reigers, kikkers, spechten, eekhoorns, salamanders en adelaarsvarens. Het Mastbos hoort tot de eerste houtvesterijen, die al meer dan 100 jaar geleden onder de hoede van Staatsbosbeheer kwamen. Vijfhonderd jaar geleden lag op deze plaats heide met verspreid wat eikenbosjes.

In 1515 gaf graaf Hendrik III van Nassau zijn rentmeester Hendrik Montens opdracht op de domeingronden van het Huis Oranje-Nassau in de omgeving van Breda naar de mogelijkheden voor de aanplant van grove dennen te kijken. Via de Duitse tak van de Nassaus had hij gehoord van de succesvolle dennenteelt bij Neurenberg. Montens liet een Duitse specialist overkomen om de hoger gelegen grond tussen de beekdalen van de Aa of Weerijs en de Mark te keuren. Die oordeelde positief. Het was Hendrik aanvankelijk niet zozeer om de bosbouw te doen. Hij beschouwde het dennenbos eerder als wildpark bij zijn kasteel dan als plantage. Op sommige plekken zijn nog resten te vinden van de oude aarden wallen die waren bedoeld om beesten binnen, en niet zoals te doen gebruikelijk buiten te houden. In latere jaren veranderde het Mastbos steeds meer in een productiebos. Rechthoekige bosvakken werden gevormd door de loodrecht op elkaar staande dreven. Nu zien we dat het traditionele naaldbos steeds meer in een gemengd bos verandert. De grove den wordt niet alleen meer afgewisseld met de Amerikaanse eik, die destijds vooral als 'drijfhout' werd aangeplant, om de groei van de rechte dennenstammen op te jagen. Ook inheemse loofbomen als berk, wilg en lijsterbes krijgen een kans.

Media4 Content Creators
Mastbos - Bruggetje aan de Bouvigne Dreef
We volgen het bospad, direct aan de Galderse Weg, in noordelijke richting en komen meteen aan de houtvijver, waarin gekapte boomstammen drijven. Het is immers een oude manier van verduurzaming door boomstammen in het water te leggen. De houtvijver ligt achter de wal van het voormalige militaire oefenterrein en draagt de toepasselijke naam Kogelvanger. Net voor de hoge, beveiligde omheining van de Justitiële Jeugdinrichting Den Heij-Acker nemen we het bospad links in noordwestelijke richting. Den Hey-Acker bestaat sinds 1906 en heette vroeger in de volksmond: de Tuchtschool, een opvanginrichting voor jongens. De vaak kaalgeschoren jongens kon je hier toen in rijen van drie onder begeleiding van een leraar tegenkomen. Sinds september 2002 heeft de locatie zowel jongens als meisjes en opvang en behandelplaatsen. Hiervoor zijn een aantal bouwkundige aanpassingen en verbouwingen doorgevoerd.

De route door het bos buigt een weinig af naar links en zo komen we op een open plek, waar we even naar rechts gaan om op een vijfsprong te stuiten. Rechts van ons ligt het gebied dat op de topografische kaart vermeld staat als “Zeven Heuveltjes”. Naar het noorden loopt een brede zandweg die eens omzoomd was met monumentale beuken. Deze zijn gerooid en de stronken die tot iets meer dan een meter boven de grond bleven staan, zijn bewerkt en gebeeldhouwd, aan de vormen te zien met een kettingzaag. Hier zijn we in het oudste deel van het Mastbos, het jachtterrein van de Nassaus. We kruisen de adellijke Bouvignedreef, omzoomd door oude beuken, naar het oosten toe een statige toegang vormt naar het Kasteel Bouvigne. We steken deze Bouvignedreef over en vervolgen de route rechts aanhoudend naar de eerste huizen van de buitenwijk van Breda. Als we het Mastbos verlaten, staan we weer op de Duivelsbruglaan. Dit gedeelte tussen het Mastbos en de brug over de Mark, heette vroeger de Boschlaan. En in 1942 werden de Brugstraat en de Boschlaan samengevoegd tot de Duivelsbruglaan. We lopen de Duivelsbruglaan in oostelijke richting terug tot aan de Ginnekenmarkt, waar we onze wandeling zijn begonnen.

Charles Aerssens

KAARTEN:

- TopoKaart 1:25 000, 50B Breda
- Wandeling uitgezet in eigen beheer





Lange Afstand Wandelvereniging "VIA-VIA".

Gewijzigd op 28-02-2005 door C.P.J. Aerssens