L.A.W.V.VIA-VIA


Het spreekwoord ‘April doet wat hij wil’ geeft de onvoorspelbaarheid van het weer voor die maand aan. Het is dus een verrassing hoe de weergoden ons gezind zullen zijn op 24 april! Want we op die dag met de ‘Vaste Mannen’ van ons wandelclubje L.A.W.V.Via-Via af gesproken op pad te gaan in het Land van Altena. Het zal een klein groepje zijn. Theo, Lauran en Leo hebben iets anders op de agenda staan en dus gaan Harrie, Wil, Hans en Charles samen op stap. Voor Hans is het alweer een tijdje geleden dat hij mee op stap is geweest. Charles heeft voor deze dag een rondwandeling uitgezet, die door het oostelijk deel van het Land van Altena gaat. Het is een open agrarisch polderlandschap, dat in het noorden bij Woudrichem begrensd wordt door de Boven-Merwede, de Afgedamde Maas aan de oostkant en in het zuiden grenst aan het Land van Heusden. Het is een streek, die deel uitgemaakt heeft van de Groote of Hollandsche Waard.

Als de wandeldag dichterbij komt, zien de weersvooruitzichten er niet bepaald gunstig uit. Het heeft weer eens stevig geregend en ook op de afgesproken datum van 24 april is de voorspelling: felle buien met hagel en een stevige wind uit het noordwesten. Dit doet ons besluiten op woensdagmorgen om 8.30 uur nog even telefonisch te overleggen. Buienradar laat toch nog enige lichtpuntjes zien en dus besluiten we toch om 8.45 uur op pad te gaan naar Giessen, waar we de rondwandeling starten! We treffen elkaar op het afgesproken tijdstip van 9.15 uur op het parkeerplaatsje bij KNP19 aan de kruising van de Parallelweg met de Burgstraat in Giessen. We steken hier de Parallelweg over en wandelen een tiental meters naar links tot bij KNP91, waar we rechtsaf in oostelijke richting door de Burgstraat naar KNP8 aanhouden. Op kruising met de Hogelandstraat en Den Heuvel steken we recht over en vervolgen de Burgstraat. We negeren de Schoolstraat aan de rechterzijde en houden de Burgstaat naar rechts aan. We passeren aan Burgstraat 2 de voormalige pastorie van de Hervormde Kerk van Giessen met in de zijgevel een gedenksteen aan de eerste steenlegging door de notabelen uit 1877, als het pand is gebouwd. Het karakteristieke pand is tot 1956 in gebruik geweest als pastorie. Daarna is het gebruikt als winkel, nu is er Quasar, een bedrijf in verlichting, gevestigd. Het pand is een gemeentelijk monument. Op de Maasdijk aangekomen bij KNP8 wandelen we even naar rechts om dan meteen linksaf door de Kerkstraat bij de Nederlands Hervormde Kerk van Giessen met het ernaast gelegen kerkhof te komen.

 L.A.W.V.VIA-VIA


De is een buitendijks op een terp gelegen kerkgebouw waarvan het koor uit de 14e eeuw stamt. Maar al in de 11e eeuw bezit Giessen een tufstenen kerkje. Dit was slechts 8 bij 16 meter groot en had waarschijnlijk een houten bovenbouw. Deze kerk wordt in 1275 ondermijnd door de Alm en in 1275 spoelt door overstromingen het westelijk deel van de kerk weg en stortte in. In 1285 begint men met de herbouw van het kerkje op de fundamenten van het oude gebouw. Tevens wordt een terp opgeworpen om de kerk beter tegen het water te beschermen. Ook dit nieuwe kerkje was van tufsteen. Het is gewijd aan de Heilige Agnes. Omstreeks 1400 wordt een toren bij de kerk gebouwd. Na 1572 tijdens de 80-jarige Oorlog komt de kerk in bezit van de Protestanten en is sindsdien aan de Hervormden gebleven. In 1755 valt de toren om door de regelmatig optredende overstromingen. In 1763 wordt de herbouwde kerk ingewijd en in 1856 vindt door de slechte bouwkundige toestand een grondige renovatie plaats, waarbij het veelhoekige bakstenen koor uit de 14e eeuw behouden blijft. De kerk wordt met een travee verlengd en krijgt spitsboogvensters en steunberen. Inwendig wordt een stuc-zoldering aangebracht. Het interieur krijgt een 18de eeuwse kansel in Lodewijk XV stijl, evenals een herenbank en twee koperen zeslichts kronen uit omstreeks 1700. Het orgel dateert uit 1922 en is gebouwd door de Rotterdamse firma A. Standaart. Na WOII wordt de kerk te klein en men besluit in 1963 aan de noordkant een dwarsbeuk te bouwen. Bij opgravingen vindt men de fundering van de kapel van 1285. De nieuwe dwarskapel wordt voor een deel op die oude fundering gezet. In 1986 is de kerk grondig gerestaureerd: het dakbeschot wordt vernieuwd, slechte buitenmuren hersteld en het slechte pleisterwerk van de binnenmuren vervangen. De oude kerktoren is in 2002 verwijderd en een nieuwe replica toren in z’n geheel teruggeplaatst met de 525 kilogram wegende luidklok uit 1948. In het begin 2003 is het interieur van het kerkgebouw geschilderd, afgestemd op de kleuren, die eerder op het orgel waren toegepast. In dat jaar is ook de mechanische aansturing van de uurwerk vervangen door een computergestuurd exemplaar.

 L.A.W.V.VIA-VIA


We wandelen met de klok mee rond Nederlands Hervormde Kerk over de parkeerplaats. De route volgt achter de kerk het groengeel gemarkeerde oude Kerkepad door het open landbouwgebied langs een slootje tot we aan het talud van de Maasdijk staan. Via de steile trap komen boven op de Maasdijk, die we bij KNP27 naar links volgen. Bij de rotonde met KNP28 verloopt de route parallel aan de N322 richting de Wilhelminasluis. We passeren KNP26 en bereiken dan de Wilhelminasluis. Hier gaat de wandelroute bij de groengele markering op de lantaarnpaal linksaf over een grasbaantje langs de sluisgebouwen. Bij het hekwerk worden we even naar rechts geleid om dan door het klaphekje het gravelpad langs de Afgedamde Maas te vervolgen langs de toevaart naar de Wilhelminasluis.

In 1897 wordt de Wilhelminasluis gebouwd, als in West-Brabant de verbinding van Andelsche Maas, die nu Afgedamde Maas heet, tussen de rivieren Maas en Waal wordt afgesloten naar een plan van Ingenieur Cornelis Lely (1854 - 1929). Deze rivieren liggen hier dicht bij elkaar en zorgen voor veel wateroverlast. Om toch een verbinding voor de scheepvaart te houden, wordt ook de Bergsche Maas gegraven om zo voor de Maas in verbinding met de zee te behouden. Hiervoor wordt de Wilhelminasluis gebouwd in de dijk bij Andel. Na de opening op18 augustus 1904 door Koningin Wilhelmina stroomt het water erdoorheen en kan scheepvaart via deze route tussen de Waal en de Maas varen. De sluis is een zogenaamde waaiersluis en heeft als enige een ‘groene kolk’ met een lengte van 110 meter . Een waaiersluis is zó gebouwd, dat hij tegen de waterdruk in geopend en gesloten kan worden. Dit gebeurt met behulp van waterdruk. Dit soort sluis komt maar weinig voor en is extra bijzonder omdat de dijkbekleding bestaat uit basaltsteen, waartussen gras groeit gras en groene wanden heeft. Voor en achter de sluis zit een hoogteverschil in water. Dat verschil wordt in de sluis steeds opgevangen. Dit betekent dat er bij het schutten water in of uit de sluis stroomt.

 L.A.W.V.VIA-VIA


Het gravelpad gaat over in een grasbaantje langs de Afgedamde Maas en leidt ons door Natuurgebied De Struikwaard, dat in beheer bij Altenatuur, de Natuurbeschermingsvereniging Land van Heusden en Altena. Het is een jong gebied van 38 hectare, dat ontstaan is na ontgronding ten behoeve van een nieuwe dijk in 1995. Door de hoogteverschillen heeft zich een karakteristiek uiterwaarden landschap ontwikkeld met op de hoge delen bos met Eik en Es en met voornamelijk Wilg op de lage delen. Centraal in het gebied liggen twee plassen. Langs de oevers hiervan groeit plaatselijk een brede rietkraag. De vegetatie van de grotendeels zandige bodem is op veel plaatsen schraal en divers. Langs enkele paddenpoelen, waar Kleine Watersalamander, Bruine Kikker, Groene Kikker en Gewone Pad huizen, wordt de begroeiing laag gehouden. Hier is het ook rijk aan libellen zoals Kleine Roodoogjuffer, Platbuik, Viervlek en Vuurlibel. De droge graslanden zijn zeer soortenrijk met opvallende soorten als Pastinaak, Wilde Cichorei, Gewone Agrimonie, Gewone Margriet, Knoopkruid en Rode Klaver. Op de vochtigere graslanden komen voor: Watermunt, Echte Koekoeksbloem, Moerasrolklaver en Zomprus. In een klein deel van het gebied groeien Sleedoorn, Lijsterbes, Gelderse roos en Hondsroos. Er is een oeverzwaluwenwand waar een groot aantal oeverzwaluwen broeden. En in het terrein zijn de Visarend, Zwarte stern en Bruine Kiekendief waargenomen. Een bijzondere bewoner van het gebied is de Bever, die hier al sinds 2001 een burcht heeft.

 L.A.W.V.VIA-VIA


De wandelroute door Natuurgebied De Struikwaard gaat bij KNP28 rechtdoor. We wandelen met de bocht naar links door het moerassige bos langs enkele poelen en komen aan een klaphekje onder een de dijk. Door het hekje en met de steile trap komen we boven aan de dijk bij KNP1. Rechtsaf wandelen we op het verharde Struikwaardpad over de dijk. Naar links hebben we zicht op de ingedijkte polders Struikwaard, Manhuiswaard en Rijswijksche Waard, die een kleinschalige agrarisch bestemming hebben. Verder weg zien we de contouren van de dorpen Giessen en Rijswijk. Aan de rechterzijde houden we zicht op de Afgedamde Maas om voorbij de Rijswijksche Waard de bocht naar links volgend en bij KNP2 op de Maasdijk staan. Rechtsaf wandelen we op deze doorgaande weg richting Woudrichem. Al direct passeren we het Rijswijkse Wiel. Als in 1809 de Maasdijk door grote massa’s kruiend ijs breekt, ontstaat aan de binnenzijde een wiel, dat nu als een fraai natuurgebiedje, nauwelijks zichtbaar is door het vele groen en het visdomein is van HSV Groot Woudrichem.

 L.A.W.V.VIA-VIA


Binnendijks onder aan de Maasdijk zien we langs de lintbebouwing enkele fraaie 19e eeuwse dijkboerderijen. Voorbij KNP60 met de bocht naar links passeren we Waterbouw en Staalconstructie Bedrijf De Klerk aan de Afgedamde Maas en krijgen zicht op het vestingstadje Woudrichem met dominerend aan de horizon de Sint Martinuskerk en Korenmolen Nooit Gedagt. Aangekomen bij KNP67 slaan we rechtsaf en volgen de Hoge Maasdijk. Met de bocht naar rechts komen we aan de parkeerplaats aan de Benedendamse Maas. Hier kijken we aan de linkerkant over het water rond de stadsomwalling naar Korenmolen ‘Nooit Gedagt’. Deze 8-kantige stellingmolen uit 1995 staat op de plek van de in 1945 verwoeste voorganger. De molen is oorspronkelijk waarschijnlijk omstreeks 1662 gebouwd, maar naar men aanneemt heeft hier al veel eerder een molen gestaan. Uit een opsomming van goederen rond 1280, die de Graaf van Holland in leen heeft gegeven, blijkt er al sprake te zijn van een windmolen. Terugtrekkende Duitse troepen blazen de oorspronkelijke molen op 21 april 1945 op, bang dat de geallieerden deze als uitkijkpost zullen benutten. Zij gebruiken hierbij zoveel dynamiet, dat niet alleen de molen geheel verwoest wordt, maar ook grote delen van Woudrichem schade oplopen. Van de molen blijft nog de hals van de bovenas bewaard. Vanaf 1972 wordt er over gedacht de molen te herbouwen. Er wordt geen molen uit België aangekocht. Maar als het Ministerie van Cultuur en de Provincie Noord-Brabant in 1988 geld beschikbaar stelt, wordt op 5 mei 1990 begonnen met de herbouw naar een tekening van Ing. Jan den Besten uit Loenen aan de Vecht. Op 31 mei 1996 vindt de officiële opening van de nieuwe molen plaats, waarbij we op de eenvoudige baard, groen geverfd en wit afgebiesd, de opschriften '1662 - 1945' '1995' en daaronder 'Nooit Gedagt' lezen. Sinds 2006 wordt Korenmolen 'Nooit Gedagt' beroepsmatig bemaalt.

 L.A.W.V.VIA-VIA


Langs de parkeerplaats volgen we de Schapendam en wandelen met de bocht naar links langs de Afgedamde Maas en de jachthaven van WSV Woudrichem. Bij KNP62 aan het bruggetje komen we aan een coupure (doorgang) in de omwalling van Woudrichem, die bij extreem hoogwater kan worden afgesloten met een waterkering. We staan hier op de Vissersdijk met aan de rechterzijde de voormalige kazerne die in 1854 in dezelfde stijl als het Arsenaal opgetrokken met flauw hellend zadeldak. Aansluitend aan noord- en westzijde lag het kazerneterrein, dat diende als appèlplaats.Het aan de Kerkstraat gelegen Arsenaal is omstreeks 1854 gebouwd volgens de gevelsteen. Het is een historisch gebouw, met een geschiedenis die teruggaat tot 1700, als de Woudrichemse vesting wordt versterkt. Een aantal gebouwen verdwijnen en er verrijst een nieuwe kazerne. Pas 150 jaar later wordt op deze plek het arsenaal gebouwd. Een arsenaal is een militaire opslagplaats, waar ook wapens worden gemaakt en gerepareerd. Het woord arsenaal is een verbastering van het Arabische woord voor ‘huis waar iets gemaakt wordt’. Een arsenaal was uiteraard van levensbelang voor het leger. Het gebouw moest daarom goed te verdedigen zijn en moest in vroeger tijden altijd binnen de stadsmuren liggen. Vaak worden de wapens en het kruit in aparte gebouwen bewaard. Dat is in Woudrichem ook zo. In 1955 wordt de vesting opgeheven als verdedigingswerk. Het arsenaal verliest zijn militaire functie en is sinds 1970 een rijksmonument. Nu is er op de bovenste verdieping van het Arsenaal het Visserij- en Cultuurhistorisch Museum ondergebracht.

 L.A.W.V.VIA-VIA


Voor voormalige kazerne langs volgen we het voetpad naar rechts en komen aan een parkeerplaats. We kiezen ervoor om aan de rechterzijde in de hoek de trap te nemen tot op de stadsomwalling, het Janus Baks Bastion. Een markeringspaal geeft aan dat deze Janus Baks (1951-1983) de grondlegger is van het Visserijmuseum in Woudrichem. Hij was de veerman van het voetveer naar Loevestein en van hem is de bekende spreuk: ‘Heen motte betaole en weer’. We volgen het voetpad naar links en kijken nu uit over de Afgedamde Maas en brede waterstroom van de Waal en Brede Merwede. We wandelen op de stadswal langs het bronzen beeld van de Zalmvisser (1979), gemaakt door Ton Koops. Het is een ode aan het verleden van Woudrichem als één van de belangrijkste vissersplaatsen voor de zalmvisserij. Niet voor niets draagt het gemeentewapen twee zalmen in het schild. De basis voor de zalmvisserij ligt in het visrecht dat de Heer van Altena aan de burgers van Woudrichem in 1362 verleende. Maar na de topjaren rond 1880 gaat het snel bergafwaarts met de zalmvangst. En in 1930 wordt er nauwelijks meer zalm gevangen!! De route gaat verder over de stadswal van de vesting Woudrichem. Door de ligging van Woudrichem is het stadje van oudsher een belangrijk strategisch punt en wordt samen met Gorinchem en Loevestein wel de IJzeren Driehoek genoemd Deze stadswal maakt deel uit van de verdedigingswerken, die in opdracht van Prins Willem van Oranje zijn ontworpen door de bekende vestingbouwer Adriaan Antonisz. In 1583 gaat hij aan de slag om het karwei vier jaar later af te sluiten.

 L.A.W.V.VIA-VIA


Vandaag de dag geldt Woudrichem nog steeds als een van de mooiste vestingstadjes van de Hollandse Waterlinie. De bastionvormen zijn goed te herkennen, evenals het ravelijn ter rechterzijde, waar de doorgaande weg de stad met de Schapendam verbindt. De vesting telt zeven bastions. Uit de tijd van de Oude Hollandse Waterlinie dateren enkele stenen beren, o.a. achter de Korenmolen Nooit Gedagt aan het eind van het bastion. De Water- of Gevangenpoort op het meest noordelijke bastion dateert van vroeger tijden. In de 19e eeuw gaat Woudrichem deel uitmaken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Enkele gebouwen zoals de kazerne aan de Vissersdijk en het Arsenaal dateren uit die tijd.

Over de Rijkswal hoog boven de Beneden Merwede komen we aan de Gevangenpoort. Het is de enige overgebleven waterpoort als onderdeel van de vestingwerken. Deze poort dateert van ná 1573, het jaar waarin de stad in brand heeft gestaan, en behoort bij de in 1580 aangelegde omwalling. In de Middeleeuwen heeft Woudrichem een ommuring, waarin zich vijf stadspoorten bevinden. Op de noordoosthoek van deze poort bevindt zich een uitgekraagde erkertoren. Tot in de 19e eeuw dienen de vertrekken in de poort als gevangenis en zaten misdadigers hier in afwachting van hun vonnis. Op de houten wanden van het interieur staan nog de namen van gevangenen uit de 19e eeuw gekerfd. Naast de Gevangenpoort staat bij KNP9 het in brons gegoten beeld van Jacoba van Beieren (1401-1436), Gravin van Holland en Zeeland en Hertogin van Beieren. Ze is een paar keer gehuwd geweest en sterft aan Tbc. Ze zou deze ziekte hebben opgelopen als ze in 1425 in Gent gevangen zit. De edellieden Spierings en Aalburg van het schuttersgilde Sint Joris van Heusden weten haar te bevrijden en in mannenkleren gehuld smokkelen ze haar de gevangenis uit. Op haar vlucht doet ze Woudrichem aan, waar ze al in 1419 is geweest. In dat jaar wordt in Woudrichem een ruzie beslecht tussen Jacoba van Beieren en haar oom Jan VI van Beieren. Deze overeenkomst wordt door bemiddeling van Filips de Goede ook wel de ‘Zoen van Woudrichem’ genoemd, waarbij ‘Zoen’ staat voor verzoening.

 L.A.W.V.VIA-VIA


Door deze oude Gevangenpoort komen we het vestingstadje Woudrichem binnen. Door de ligging op het punt waar Merwede, Maas en Waal samenkomen vormt Woudrichem met Slot Loevestein en vestingstad Gorinchem vormt het een strategische vestingdriehoek. Al voor de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) wordt Woudrichem beschermd door een hoge stadsmuur met muurtorens, stadspoorten en een gracht. Tijdens die oorlog zijn de vestingwerken door vestingbouwer Adriaen Antonisz. van Alkmaar voortdurend verbeterd en uitgebouwd en telt de vesting uiteindelijk zeven bastions. In de zomer van 1672 blijft Woudrichem uit de handen van Franse het leger. Dit heeft de stad vooral te danken aan de inundatie van het Land van Altena. Meer dan honderd jaar later, bij een nieuwe Franse inval, loopt dat anders. In januari 1795 moet de stad noodgedwongen capituleren, omdat het water in de inundatiegebieden bevroren is en de vijand zich makkelijk over de dikke laag ijs kunnen verplaatsen! En in de winter van 1813/1814 proberen de Franse troepen, na de nederlaag van Napoleon bij Waterloo, zich te handhaven in Gorinchem. Pruisische troepen legeren zich in Woudrichem om de Fransen te verdrijven. Zij beginnen vanaf de Woudrichemse omwalling met zes kanonnen Gorinchem te beschieten. De verschrikkelijke herrie gaat weken door. In 1814 wordt Woudrichem opgenomen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het strategische belang ligt in de afsluiting van de vaarwegen over Maas en in de omgeving van de stad mag voortaan niet meer gebouwd worden. In 1815 wordt in de Maasdijk een sluis aangelegd om het land te kunnen inunderen (de tegenwoordig dichtgemetselde waaiersluis). Pas in 1926 worden de bepalingen versoepeld en in 1955 wordt de vesting opgeheven. Dit biedt de mogelijkheid om woonwijken buiten de vestingwallen aan te leggen. Vanaf 1971 is de historische stadskern gerestaureerd en krijgt de status van ‘Beschermd Stadsgezicht’.

 L.A.W.V.VIA-VIA


Onder de Gevangenpoort door komen we op de kruising van de Kerkstraat met de Hoogstraat en de Molenstraat. Hier vinden we aan de linkerzijde in de Hoogstraat de gerenoveerde hardstenen stadspomp, die al sinds de 18e eeuw tot het straatmeubilair van Woudrichem behoort. Opvallend in deze brede karakteristieke straat zijn een aantal huizen, die omstreeks 1600 zijn herbouwd na de stadsbrand in 1573 en 1574. In de loop van de tijd zijn de topgevels vaak vervangen door lijstgevels en wijzigt men vaak ook de pui. Verschillende maniëristische gevels zijn van het zogenoemde ‘Dordtse type’. Deze panden hebben gevelstenen met figuratieve afbeeldingen, die ook hun naam geven aan deze huizen, zoals ‘In den Gulden Engel’ (1593), ‘In den Salamander’ (1606), “In t’Herdt‘ (1601), ‘In den Vergulden Helm’ (1601), ‘De Arend’ (1608).Wapen Woudrichem (1592) op het oude Raadhuis, ‘De Veste’ is een breed 17e eeuws pand, waarvan het rechter deel nog vensters met korfbogen heeft. Het linkerdeel is in de 18de eeuw veranderd. Het aantal 18e eeuwse gevels is geringer.

We nemen de tijd om in de Hoofdstraat de gevelstenen te bekijken, alvorens we neerstrijken in horeca Gewoon Ploon, die pas om 11.00 uur haar deur opent. We genieten er van een kopje koffie en taart met slagroom en gunnen ons de tijd om de benen even te strekken! Weer op pad wandelen we terug naar de Gevangenpoort en volgen hier bij KNP9 de routemarkering van het wandelroutenetwerk langs het beeld van Jacoba van Beieren richting KNP64. We wandelen opnieuw op de Rijkswal langs de voormalige vestinggracht met zicht op de Historische Stadshaven Woudrichem. Opvallend zijn hier enkele zalmschouwen. Een zalmschouw is een platbodem, die met haar geringe diepgang en door haar vorm zeer geschikt is voor de zalmvisserij die vanuit Woudrichem eeuwenlang heeft plaatsgevonden. Verderop ligt de ambachtelijke scheepswerf, die bestaat uit een kleine werkhaven, traditionele hellingbaan en een werfschuurtje. We blijven op de rijkswal en komen voorbij het huis van de bekende dokterspraktijk van Dokter Tinus uit de gelijknamige SBS6-serie (2012-2017). Dan staan we bij een beeldje op stenen sokkel van beeldhouwer Jaap Hartman voorstellend Pieter (Peer) Verhagen, Burgemeester van Woudrichem (1903-1925), aangeboden ter gelegenheid van 650 jaar stadsrechten Woudrichem door Stichting De Oude Vissershaven aan de Gemeente Woudrichem. Met de bocht mee gaat de route nu over de stadswal langs de voormalige kazerne van de Koninklijke Marechaussee, waarvan het middelste gedeelte tot aan het einde van de 20e eeuw als politiebureau in gebruik is geweest. We passeren KNP64 en wandelen langs de huizen, die onder aan de stadswal liggen, en met de bocht mee tot we komen we bij KNP63 aan de Koepoort de zuidelijke toegang tot het vestingstadje.

 L.A.W.V.VIA-VIA


Hier hebben we zicht op de Nederlands Hervormde Martinuskerk, die met zijn 34 meter hoge toren hoog boven de huizen uitsteekt. Vroeger was deze Martinuskerk van de Katholieken en op deze plek is aan het eind van de 7e eeuw een kapel gesticht door een reisgenoot van de H. Willibrordus. De huidige Laat-Gotische kruiskerk dateert oorspronkelijk uit het midden van de 14e eeuw. Het is een simpele kerk 40 m lang en 9 m breed. Na verwoesting in 1511 krijgt de kerk, die na de Reformatie van 1517 overgaat naar de Protestanten, omstreeks 1530 een Vroeg-Renaissance toren. Deze toren draagt de bijnaam ‘De Mosterdpot’. Ooit was er een mosterdfabriekje in de vesting en de opgewaaide zaadjes hebben boven op de toren wortel geschoten, waardoor deze aan zijn naam komt. Na de stadsbrand van 1573 worden de gedeeltelijk verloren gegane kerk en vierkanten toren in 1621 aan het einde van de 80-jarige Oorlog weer opgebouwd. Dit jaartal in de een na laatste balk getuigt hiervan, je kunt daar lezen ‘Anno 1621’. Na een paar rustige eeuwen wordt de Martinuskerk in 1841 gemoderniseerd en verbouwd. Aan het einde van de WOII zit de toren vol kruit en de Duitse bezetter wil de toren opblazen. Gelukkig is dit op het laatste moment niet doorgegaan. Maar opmerkelijker is het feit, dat de tijd, die de torenklok aangeeft, tijdens WOII de nationale tijd is. Woudrichemse tijd is dan dé tijd waar iedereen vanuit moet gaan! Bij de laatste restauratie in 1979 wordt de voet van het doopvont opgegraven, nog een overblijfsel uit de tijd dat de kerk Rooms-Katholiek was. Op de oude voet is een nieuw doopvont geplaatst.

 L.A.W.V.VIA-VIA


Vanaf KNP63 wandelen we rechtsaf door de Koepoort over de stadsgracht en volgen de Koepoortstraat met aan de linkerzijde zicht op Korenmolen 'Nooit Gedagt'. Aangekomen op de T- splitsing met de Burgemeester van der Lelystraat slaan we bij KNP65 linksaf. We volgen het trottoir aan de linkerzijde van de straat achter het parkje door op de Postweg. Over het bruggetje rechtsaf naar KNP54 komen we op de overgang van de Burgemeester van der Lelystraat en de Acacialaan. Linksaf volgen we de Acacialaan aan de stoepzijde, tot we aan het laatste huis bij KNP53 staan. De route gaat hier naar rechts en over het vlonderbruggetje wandelen we langs de bebouwing aan de oostkant van deze moderne buitenwijk van Woudrichem. Dit wandelpad staat bekend als het Petterpad, vernoemd naar voormalig Burgemeester Frank Petter, van wie bekend is dat hij een hoogbejaarde vrouw uit de brede sloot naast het pad van de verdrinkingsdood gered heeft. In de volksmond wordt het Petterpad met een glimlach dan ook ‘Spetterpad’ genoemd. We wandelen langs een tweetal appartementsblokken, die door hun opvallende bouw ogen als beschadigde kastelen.

 L.A.W.V.VIA-VIA


Aangekomen bij KNP51 staan we op de Veldweg, waar we linksaf slaan in de richting van Rijswijk. We wandelen op het vrij liggende wandel- en fietspad en komen door het kleine buurtschap Duizend Morgen, gelegen in de gelijknamige polder, die volgens de oude landmaat ‘morgen’ ( iets minder dan een 10.000 m²) zo’n duizend morgens groot was! De Veldweg volgend voorbij KNP61 komen we aan het bord, dat aangeeft dat we in het dorp Rijswijk ofwel Rijsik, Gemeente Altena zijn. De eerste schriftelijke vermelding van Rijswijk stamt uit de periode tussen 1076 en 1099. In dit document wordt ene Hamulgerus de Riswic opgevoerd, die getuige is bij een schenking. Maar aangezien er diverse plaatsen met de naam Rijswijk bestaan, is niet bekend om welke plaats het hier precies ging. Pas in 1233 is er een verwijzing, waarvan met zekerheid gezegd kan worden dat het Rijswijk bij Woudrichem betreft, als in een schenkingsacte melding wordt gemaakt van de tienden van Rijswijk, die toekomen aan de Bisschop van Utrecht. Rijswijk was een leen van de Heren van Altena, waaronder een lange reeks telgen van het geslacht Van Horne. Als Filips van Montmorency, Graaf van Horne, in 1568 in Brussel onthoofd wordt samen met Lamoraal van Gavere, Graaf van Egmont, verkoopt zijn weduwe de Heerlijkheid Altena aan het Graafschap Holland, waardoor Het Land van Altena en Rijswijk rechtstreeks onder Holland valt en de plaatselijke heren rechtstreeks onder de Staten van Holland vielen. Vele eeuwen lang is Rijswijk een rustieke en lommerrijke dorpsgemeenschap, waar het merendeel van de bewoners zijn inkomsten verdient in de agrarische sector. Tot 1973 is Rijswijk een zelfstandige gemeente en in dat jaar komt het gebied door herindeling bij de Gemeente Woudrichem.

 L.A.W.V.VIA-VIA


Als we op de Veldweg voorbij de bushalte bij de eerste huizen van Rijswijk komen, zien we aan de overzijde een gesloten toegangshek naar Slot Rijswijk. Dit hek is afkomstig van huis ‘Sparrendael’ uit Driebergen. Over de oprijlaan en ophaalbrug hebben we zicht op een omgracht herenhuis, dat is omgeven door een park in Engelse landschapsstijl. Het herenhuis is gebouwd op de fundamenten van het restant van een waarschijnlijk 14e eeuws kasteel van het geslacht Van Rijswijk. Opgravingen rond 1950 brengen de fundamenten aan het licht van de woontoren en men vindt de aanzet van een gewelvenkelder. Van het oorspronkelijke kasteel zijn prenten bekend van Roelant Roghman (1646) en door Hendrik Spilman (1735). Als Lambertus van Andel uit Woudrichem het kasteel koopt, laat hij omstreeks 1760 dit herenhuis bouwen op die fundamenten en de oude kelder wordt hergebruikt. In de loop der eeuwen kent Slot Rijswijk een aantal bezitters en wordt aangepast. In de jaren dertig van de vorige eeuw zijn er plannen van de gemeente om het Slot Rijswijk te kopen en te bestemmen als gemeentehuis, maar het uitbreken van de WOII verhindert dit. Na de oorlog wordt het inmiddels bouwvallige herenhuis aangekocht door Jonkheer Mr. Theodoor Sandberg, die het laat restaureren. Zo is bij een ingrijpende restauratie in 1973 is de bekroning van het middenrisaliet toegevoegd. Slot Rijswijk is niet toegankelijk!

 L.A.W.V.VIA-VIA


De Veldweg gaat over in de Almweg en we komen in Rijswijk aan de rotonde, waar we rechtsaf de Rijswijksesteeg volgen langs KNP4. (Het is raadzaam hier op de rotonde de Rijswijksesteeg over te steken en het voetpad naar rechts te volgen achter de sloot parallel aan die Rijswijksesteeg!) Aangekomen bij KNP6 gaat de route linksaf langs de sluitboom en we volgen het voetpad langs een bank. We zijn nu in het beekdal van De Alm, die hier rechts van ons door het Almbos stroomt. De Alm is een klein riviertje tussen Maas en Boven Merwede in het Land van Altena, dat in de Middeleeuwen over een grote afstand bevaarbaar is en een belangrijke verbindingsroute met Woudrichem vormt. Hier is het nog een kleine waterloop. We wandelen bij KNP92 rechtdoor tussen de bomen en laten de huizen aan onze linkerzijde liggen. Voorbij de sportvelden steken we het asfalt van de Karbogerd over en betreden na de sluitboom het Almbos, dat een halve eeuw geleden aangeplant is als recreatiebos, Het heeft naast de oude grienden van wilgenbomen nieuwe aanplant van voornamelijk populieren. We wandelen rechtdoor tot we bij KNP67 linksaf slaan. Nog voor het bruggetje wandelen we naar rechts en bereiken KNP66. Hier gaat de route rechtsaf en we lopen het laantje helemaal uit tot we aan het bruggetje over de Alm komen. Als we de Alm overgestoken zijn, staan we op de Burgstraat, die we met de bocht naar links volgen tot we bij KNP14 zijn.

Bij KNP14 gaat de route naar het Fort Giessen, dat tussen 1878 en 1881 gebouwd is als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het omgrachte fortcomplex bestaat uit een legeringsgebouw voor een bezetting van 216 militairen en twee bomvrije bijgebouwen voor de opslag van munitie en geschut. Het geheel is afgedekt met aarde van ten minste 1 m dikte. Tijdens de mobilisatie van 1914-1918 is Fort Giessen volledig bemand, maar Nederland blijft neutraal. Een ingemetselde gedenksteen boven het wachthuisje herinnert aan de inspectie van Koningin Wilhelmina op 25 september 1915. In 1922 wordt het vestingstelsel gereorganiseerd en is Fort Giessen ongeschikt bevonden als verdedigingswerk. Er wordt overwogen het fort af te breken, maar de sloopkosten zijn te hoog. Het fort blijft en wordt door politie, leger en douane in gebruik genomen als opslagplaats. De ophaalbrug over de slotgracht wordt na WOII vervangen door een dam. In de vijftiger jaren doet het nog dienst als opslagplaats voor allerlei goederen, uiteenlopend van vliegtuigbommen tot in beslag genomen illegaal gestookte drank. Sinds 1976 beheert het Noord-Brabants Landschap het fort als natuurgebied. Het 9 hectare grote terrein heeft zich inmiddels ontwikkeld van militair oord tot rustgebied met een rijkdom aan planten en vogels. Door de gunstige omstandigheden wordt het fort door vleermuizen gebruikt als overwinteringsplaats. In 2016 is Fort Giessen grondig gerenoveerd. Fort Giessen is maar op bepaalde dagen opengesteld!

 L.A.W.V.VIA-VIA


Voor het hekwerk, dat Fort Giessen afsluit, gaat de groengele markering van het routenetwerk naar rechts. Het grasbaantje van het Koekoekspad leidt ons langs de gracht rondom het Fort Giessen voorbij aan een aantal infopanelen, die info geven over flora en fauna van dit rustgebied. Bijna rond komen we aan een draaihekje, dat ons naar rechts afleidt tot we op Heuvelkamp staan. Even naar rechts en dan meteen voorbij de bomen naar links het paadje inslaan. Zo komen we langs appartementencomplex De Riethof op de Parallelweg. Hier nog even naar links en we zijn terug bij KNP19 op het vertrekpunt van onze rondwandeling. We kunnen terugkijken op een geslaagde rondwandeling door het Land van Altena. De weergoden zijn ons gelukkig redelijk gezind geweest, want slechts een klein buitje op het laatste stukje naar Woudrichem heeft voor wat nattigheid gezorgd, waarvoor we niet eens de paraplu voor de dag hoeven te halen! Kortom: Het Land van Altena heeft indruk op ons gemaakt en is een aanzet om ook voor onze volgende dagwandelingen in deze omgeving weer op pad te gaan!

Charles Aerssens
30 april 2024



Lange Afstand Wandelvereniging "VIA-VIA".

Gegenereerd op 30-03-2024 door C.P.J. Aerssens