© L.A.W.V.VIA-VIA

Voor de allereerste wandeldag in het nieuwe jaar 2016 hebben we na de laatste wandeling in december 2015 afgesproken om als datum 20 januari in de agenda te zetten. Voor deze woensdag heeft Charles een rondwandeling in het stroomgebied van de Leije, Voorste Stroom en Reusel tussen Tilburg en Oisterwijk uitgezet. De tocht is een uitgebreide variant van de gemarkeerde Duurzaamheidsvallei route. Als vertrekpunt is Café Zomerlust aan de oostzijde van Tilburg gekozen. Op de mail van Charles om te melden of je mee op pad wil, gaan reageren Hans, Harry, Wil, Arie en Theo. Van dit vaste groepje staat iedereen op de afgesproken plaats en het tijdstip van 9.00 uur in de startblokken klaart. Aanrijtijden of files onderweg leveren geen problemen op!

Na de hartelijke begroeting in dit nieuwe wandeljaar starten we vanaf de parkeerplaats bij Café Zomerlust ter hoogte van de brug over het Wilheminakanaal aan de Hoevense Kanaaldijk en de Oisterwijkse Baan. Hier vinden we bij KNP1 ook het informatiebord van de Stichting Duurzaamheidsvallei met daarop tekst en uitleg van deze wandelroute door het westelijk deel van het Groene woud. Het Groene Woud is een gebied dat in 2005 is uitgeroepen tot Nationaal Landschap vanwege zijn unieke kwaliteiten. Het ligt binnen de stedendriehoek Tilburg, ’s-Hertogenbosch en Eindhoven met daarbinnen grootschalige natuurgebieden, zoals de Oisterwijkse Bossen en Vennen, De Kampina, De Mortelen, De Scheeken, Het Dommeldal en De Geelders liggen, die in toenemende mate met elkaar verbonden worden.

De route door de Duurzaamheidsvallei start vanaf deze plek en is op het eerste deel bewegwijzerd met palen die aan de kop roze gemarkeerd zijn, maar ook het wandelknooppuntennetwerk van het Groene Woud volgen. We volgen de Hoevense Kanaaldijk tot we voor de Kommerstraat bij KNP 89 naar links voor het gebouwtje afslaan en het terrein betreden van wat de eerste Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van Nederland is geweest. Deze is in 1927 gebouwd voor de toenemende industrialisatie en bevolkingsgroei. Zo kan in die tijd het vervuilde water van de Tilburgse textielindustrie gezuiverd worden en levert op die manier geen overlast meer aan het verderop gelegen Oisterwijk. Sinds 2005 wordt het rioolwater via dit Rioolgemaal Moerenburg doorgepompt naar de RWZI in Tilburg-Noord.

© L.A.W.V.VIA-VIA

We betreden nu het landschapspark van Huize Moerenburg, een aantrekkelijk en uniek buitengebied, grenzend aan de zuidoostelijke stadsrand van Tilburg met akkers, weilanden, beekjes, boomsingels, bosjes en verspreide bewoning. Hier is nu een helofytensysteem aangelegd. Daarin wordt bij plotseling hevige regenval het afvalwater tussen de dijkjes geleid waar o.a. Riet, Lisdodde en Matte bies groeit. Bij de wortels van de moerasplanten in het helofytenfilter leven bacteriën. Zij zetten de afvalstoffen in het water om in voedingsstoffen. De planten zetten deze voedingsstoffen weer om in zuurstof voor de bacteriën. Deze samenwerking maakt een natuurlijk filter wat afvalstoffen uit het water doet verdwijnen. Dit is ook de plek met een bijzonder landschappelijke en cultuurhistorische betekenis. Uit archeologische opgravingen en veldverkenningen blijken dat dit gebied al in de IJzertijd en in de Romeinse tijd bewoond is geweest. Vanaf het midden van de 14e eeuw tot het midden van de 18e eeuw heeft hier Huize De Moerenborch gestaan, gesitueerd bij de Korvelse Waterloop en de Moerenburgseweg.

Huize De Moerenborch wordt voor het eerst in 1358 vermeld als hoeve en ligt dan nog te midden van uitgestrekte heidevelden en moerassen. Het is misschien wel de oudste hoeve aan de oostzijde van Tilburg. In 1384 komt de hoeve in handen van de Abdij van Tongerloo waarmee Huize De Moerenborch voortaan als pastorie of persoonshuis bekend staat. Tot het begin van de 16e eeuw doet het dienst als huisvesting voor de pastoors van Tilburg en Enschot. Tot 1648 blijft het huis in eigendom van de abdij en vervolgens wordt het van 1648 tot 1691 bewoond door de rentmeesters Adriaen van Boucholt en Bartholt van Slingelandt. Daarna wordt het landgoed door de Staatse overheid verkocht aan Charles Graham, kolonel in het Staatse leger. Zes jaren later gaat het huis over in handen van zijn neef, Philippe Claude de Saint Amant, die uiteindelijk generaal-majoor der infanterie zal worden. In 1750 raakt Huize De Moerenborch in verval en wordt verkocht voor de sloop. Wat rest van het majestueus landgoed zijn de twee hardstenen 18e eeuwse leeuwen, die op het anonieme schilderij van omstreeks 1700 aan de inrijpoort zichtbaar zijn.

Als in 2005 bij graafwerkzaamheden op het terrein van de waterzuivering de bijzondere resten worden aangetroffen van het voormalig Huize Moerenburg, wordt het idee geopperd de geschiedenis van dit markante gebouw te laten herleven als kunstwerk bij de herinrichting van het gebied. Het vroegere Landhuis Moerenburg wordt niet helemaal herbouwd, maar enkel de contouren van het gebouw herrijzen op de plek waar het eeuwen geleden gestaan heeft. Er zijn immers geen bouwtekeningen van het oorspronkelijke huis en er heeft geen ruïne gestaan, alleen het eerder genoemde schilderij waarop te zien is hoe Huize Moerenburg er mogelijk uit gezien heeft met bij de ingang twee stenen leeuwen. In samenwerking met Paul de Kort, Joost van Hezewijk en Ed Kooiman is in 2012 een cortenstalen constructie ontworpen, die herinnert aan dit barokke huis, zoals dat is afgebeeld op het schilderij uit 1700. Het hellende plein en de wijkende gevels verwijzen naar het vervreemdende, vertekende perspectief in het schilderij. Een kopie van het oorspronkelijke schilderij is uitgehakt in een enorme granieten plaat, die bij de toegangspoort van Huize Moerenburg ligt. Vanaf het huis en het plein heb je een prachtig uitzicht over de tuin met de op het schilderij aanwezige sokkels en een folly, een bouwwerk dat met opzet nutteloos of bizar is, als eindmotief van de tuin. Alles uitgevoerd in cortenstaal.

© L.A.W.V.VIA-VIA

Als we het terrein van het voormalige Huize Moerenburg aan de oostzijde hebben verlaten en op de Moerenburgseweg staan, zien we naar links KNP86. We wandelen een klein stukje noordwaarts tot we het bruggetje over de Korvelse Waterloop bereiken en naar rechts de oever van deze Korvelse waterloop volgen. Dit stroompje is van oorsprong één van de blauwsloten, die zijn aangelegd voor de afvoer van het afvalwater van de Tilburgse textielfabrieken in de wijk Korvel en de wijk Koningwei, het huidige stadscentrum. Het toen nog ongezuiverde afvalwater is berucht vanwege de stank die dit water verspreidt. Het wordt verderop met de Ley geloosd op de Voorste Stroom. De Gemeente Oisterwijk is in die tijd niet gelukkig met deze lozingen en is jarenlange in een juridische strijd verwikkeld met Tilburg, dat vanaf 1915 verplicht is tot het betalen van een schadevergoeding. Om aan de schadevergoeding te ontkomen, gaat de Gemeente Tilburg in 1927 over tot de bouw van de Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). De Korvelse Waterloop blijft afvoer van het nu gezuiverde afvalwater en is nog steeds in het landschap behouden deels als gekanaliseerd stroompje versterkt met damwandprofiel en verstevigd met dwarsliggers.

Bij het bruggetje over de Korvelse Waterlloop aangekomen wandelen we over de brug naar rechts tot aan het klaphekje aan onze linker zijde. Door het klaphekje en een bomenlaantje bereiken we een laatste stukje van de Korvelse Waterloop den e Koebrugseweg, die in het verleden ook wel met Pastors Dijk is aangeduid, naar de in de nabijheid gelegen pastorie De Moerenburg. Op de kadasterkaart van 1832 wordt de weg ook als Veedijk genoemd. Naar rechts over het asfalt komen we aan een bruggetje over de Leije. Op dit punt hebben we stroom afwaarts zicht op de samenvloeiing van de meanderende Leije en de Korvelse Waterloop die vanaf dat punt verder stroomt als de Voorste stroom. Aangekomen bij KNP99 op de driesprong waar de Kommerstraat en de Koebrugseweg bij elkaar komen, ligt een ven dat vanouds De Buunder of De Bunder wordt genoemd, maar op topografische kaarten Grollegat heet. Dit ven heet in de Middeleeuwen Calenwiel of Qualenwiel en in 1331 heeft hier een watermolen gestaan, die in de 15e eeuw verdwenen is. Mogelijk is De Buunder een voormalige molenvijver, die in tijden van droogte de watermolen van water heeft voorzien. Het ven wordt tegenwoordig gebruikt als visvijver. We houden links aan en volgen de groengele markering richting KNP87, KNP97 onder de snelwegen van Knooppunt De Baars

Via KNP63 gaat de route over het zandpad Hoevenseweg naar KNP03 aan de Baksevenweg. Hier vinden we een eerst aanduiding dat de wandelroute verwijst naar duurzaamheid. Aan de lantarenpaal, die hier staat, is te zien die zijn energie krijgt via de opwekking met een zonnepaneel. Als we de Baksevenweg zijn overgestoken, is aan de rechterkant van de Hoevenseweg een verhoging van het landschap te zien met steile randen van een voormalige vuilstortplaats. Even verderop slaan we tussen de weilanden door linksaf tot aan KNP53 en opnieuw linksaf langs KNP62. Dit gebied dat tussen de Hoevenseweg en de Voorste Stroom ligt wordt op de topografische kaart vermeld als Gemeene Heide en is aanvankelijk grotendeels onontgonnen, woest en moerassig gebied. Zo is het natuurgebied De Helleputten, dat we nu op de wandeling tegenkomen, daar een goed voorbeeld van. Hiervoor steken we aan de Voorste Stroom via een eenvoudige houten hangbrug het water over en hebben meteen aan onze rechterzijde een moerassig en drassig bosgebied met enkele vennetjes.

© L.A.W.V.VIA-VIA

Met de klok mee leidt de route ons naar KNP58 aan de Laag Heukelomseweg. Hier staan we bij de inmiddels gesloten Uitspanning “Mie Pieters”. Het cafeetje heette eigenlijk “Jagers en Visserslust”, waar vroeger de Tilburgse kleine man en de kleine burger graag heen wandelden. Maar ook de jagers van de heer Van den Bergh van wie Mie Pieters (1854-1936) de herberg huurt, komen er na en tussen de jacht uitblazen. Het feit, dat Mie Pieters tot legende is geworden, verraadt een vrouw met persoonlijkheid. Vierenzestig jaar heeft deze ongetrouwde Mie in “Jagers en Visserslust” daar op Laag Heukelom aan de Voorste Stroom achter de tap gestaan, totdat zij in 1930 die tapkraan zelf vaarwel zei. Nu staat de klok er stil, is de nagalm verdwenen en is de vergeelde foto in de gelagkamer, zoals die er vroeger uitzag, in vergetelheid geraakt. Een halve molensteen fungeert nog als stoep voor de ingang van wat eens “Jagers en Visserslust” is geweest, een laatste restant van de watermolen, die aan het begin van de vorige eeuw afgebrand is. We wandelen naar rechts op de Laag Heukelomseweg, die bij de brug over de Voorste Stroom verder gaat als Sparrendreef. De eerste gelegenheid naar links bij KNP57s een onverhard pad tussen de weilanden door in het dal van de Voorste stroom in de richting van Oisterwijk. Hier vinden we ook een infobord van het wandelroutenetwerk. Na iets meer dan één kilometer door het open terrein dat op de topografische kaart vermeld staat als Oisterwijkse Hoeven maakt het pad bij KNP54 een scherpe bocht naar rechts en we passeren een boerderij en komen op een T-splitsing met de Hoevenseweg.

Hier vervolgen we de wandeling rechtsaf langs het hekwerk van Landgoed Aalsven, een ongeveer 11,4 hectare grote privégebied met lange statige oprit omzoomd door een dubbele rij beukenbomen. Op het terrein staan een aantal gebouwen van de landhuisarchitect Jan Rebel (1885-1961) gebouwd in 1954 voor de Tilburgse textielfabrikant Con Donders en zijn vrouw Ans Pessers. We vinden er een pittoreske villa, kapel, jachthuis, koetshuis, botenhuis, gemetselde brug met sierlijk hekwerk en enkele andere bijgebouwen, gelegen aan het Aalsven omgeven met oude rododendronpartijen. Jammer genoeg is vanaf de straat niets zichtbaar van dit landgoed. Aangekomen bij de Klaas Ayerlaan gaat de route naar links en passeren we KNP52. Een breed zandpad voert ons opnieuw langs de westkant van Landgoed Aalsven tot we aan de Moergestelseweg staan. Hier even naar links en dan rechtsaf langs de tennisbaan. Bij KNP50 betreden we het Landgoed Oude Hondsberg, een 83 ha groot landgoed, dat eigendom is van Brabants Landschap.

De naam "Honsberch" duikt voor het eerst in 1591 op bij een scheiding en deling en komt ook in de 17e eeuw voor. Er is dan enige malen sprake van "Den Hontsberg onder Huyckelom". De tot nu toe gevonden gegevens zijn maar povertjes en in ieder geval onvoldoende om uit te maken of de Oude Hondsberg van thans identiek is met de Hondsberg, waarvan vroeger sprake is. Er ligt o.a. een psychiatrische inrichting, waarvan een in Neo-Lodewijk XVI-stijl opgetrokken villa eigenlijk de Hondsberg vormt. Rond 1800 is de Hondsberg in Oisterwijk gebouwd als hotel, begin 1900 verbouwd tot landhuis en sinds 1961 is er een tehuis voor onderzoek en behandeling voor ernstig gedragsgestoorde kinderen gevestigd. Het is gelegen in een idyllisch park met enkele monumentale bomen.

© L.A.W.V.VIA-VIA

Zo belanden we bij het Rietven, dat een "pièce de résistance" vormt van de Oude Hondsberg. Het verdient deze kwalificatie niet enkel uit een oogpunt van natuurschoon, maar het is ook een merkwaardig ven. Het blijkt door enige sloten met de er achter liggende Achterste Stroom of Reusel verbonden. Aan de andere zijde mondt er de kleine, van het westen komende Braakloop in uit, welke via het ven zijn water naar de Reusel voert. Verschillende bruggetjes en drassige paden leiden ons door dit moerasgebied. Voedselarme en voedselrijke milieus tref je hier met al hun overgangen naast elkaar aan. Dat tekent zich af in de plantengroei. Naast algemeen voorkomende planten vindt je er zeldzaamheden als bijvoorbeeld de beenbreek. Het geheel door riet omzoomde ven wordt door een omstreeks in 1913 gelegde dam in tweeën gedeeld, waarbij een klein bruggetje de verbinding vormt.

Wij kiezen de route met de klok mee om het Rietven en over het asfalt richting KNP46. Als we het bruggetje over de Reusel zijn overgestoken volgen we het fietspad over de Oude Hondsbergselaan die even verderop overgaat in de Van Swinderenlaan, vernoemd naar Groninger Gerard Regnier Gerlacius van Swinderen (1804-1879), telg uit een Gronings regentengeslacht en verantwoordelijk voor de bouw van De Hondsberg. Achter het witte hekwerk van Landgoed Hondsberg kiezen we voor het bospad naar rechts en houden links aan langs de noordelijke oever van het Diaconieven. De langwerpige vorm en de omringende heuvels duiden erop dat dit ven in een ver verleden door de wind is gevormd. De laagte is door de overheersende zuidwestenwind uitgestoven, zodat voornamelijk aan de noordoost kant duintjes zijn ontstaan. Aan de plantengroei kunt u zien dat dit ven veel voedselarmer en dus meer natuurlijk is dan een groot aantal andere vennen in dit gebied. De witte waterlelies ontbreken nagenoeg en langs de oevers groeit bijvoorbeeld waternavel, dat herkenbaar is aan het kuiltje in het midden van het blad. Doordat het Diaconieven niet sterk begroeid is, is het erg geliefd bij watervleermuizen. Ze kunnen er makkelijk naartoe vliegen vanuit hun schuilplaatsen elders in het bos en zo ’s nachts laag over het water vliegen om muggen en nachtvlinders te vangen.

Aan de oostzijde van het Diaconieven aangekomen nemen we het gemarkeerde wandelpad van Natuurmonumenten en staan na de Van Swinderenlaan overgestoken te zijn bijna meteen aan het Bezoekerscentrum van Natuurmonumenten. Dit is ondergebracht in de voormalige horecagelegenheid Groot Speijck, die dateert uit 1932 en foto's van het oorspronkelijke pand geven een beeld van een huis met veranda, midden in het bos. Het pand is door Natuurmonumenten omgebouwd en gerenoveerd tot een combinatie van een sfeervolle bezoekersvoorziening en horeca. Het straalt opnieuw een enorme sfeer uit en je kunt er weer gezellig gaan zitten met een kopje koffie en een drankje. Natuurmonumenten, heeft op deze wijze in het natuurgebeid van de Oisterwijkse Bossen en Vennen een vernieuwende bezoekersformule gerealiseerd. Voor de Wandelaar een ideale plek voor een rustmoment! Ook voor ons op dit tijdstip een gezellige plek om van de lunchpauze te genieten en even het prachtige gebouw te bekijken. Charles maakt nog even van de gelegenheid gebruik om een praatje te maken met Frans Kapteijns, de markante boswachter van Natuurmonumenten in Oisterwijk.

© L.A.W.V.VIA-VIA

Vanaf Bezoekerscentrum Natuurmonumenten Groot Speijck pakken we bij KNP42 aan de Van Tienhovenlaan de dagwandeling weer op en wandelen noordwaarts over het asfalt naar Brasserie Klein Speijck. Deze uitspanning heet in 1792 nog “De Verloren Kost” maar krijgt in 1848 zijn huidige naam als het in handen komt van de Heren van Kasteel Durendael. Hier vinden we op de T-splitsing met de Bosweg KNP44. Deze wandelknooppuntpaal wijst ons de richting en leidt ons vlak voor de brug over de Achterste Stroom naar links over de zuidelijke oever stroomopwaarts tot we even verderop zien dat de Achterste Stroom zich hier verbreedt en wellicht als waterberging dient. Zo komen we aan een stuw, waar de Reusel overgaat in de Achterste stroom. Om het verval van de Reusel in de Achterste Stroom op te vangen is hier deze stuw geplaatst. Een steiger biedt de mogelijkheid om er de kano over te dragen. We steken de stuw over en komen even verderop aan de Hondsbergselaan. Even naar rechts en dan links de Julianalaan in om dan daarna de Nassaulaan in te wandelen. Door de villawijk en steeds in noordelijke richting brengt de route ons naar de Voorste Stroom aan de Groenstraat. Hier vinden we KNP26 na de rotonde en oversteek van de Voorste Stroom. De route gaat nu stroomopwaarts en zo bereiken we na een paar honderd meter de Moergestelseweg.

Hier steken we bij de brug over de Voorste Stroom de Moergestelseweg over. Het is hier dat aan de Voorste stroom op 25 oktober 1944 dat eenheden van de 15th Scottish Infantry Division van Generaal Colin Muir Barber, komend over de Moergestelseweg vanuit het zuiden de brug over de Voorste stroom willen innemen. Volgens plan moeten de Seaforth Highlanders en de Cameronians met een eskadron van de Scots Guards ter ondersteuning Oisterwijk veilig stellen. Daarna kan hier vandaan de 46e Brigade linksaf buigen over de doorgaande weg ’s-Hertogenbosch - Tilburg om naar Tilburg op te rukken. De chaos in Moergestel, waar de brug over de Reusel door de Duitsers is verwoest, vertraagt de opmars. De Seaforth Highlanders komen nu onder mortier- en machinegeweervuur van een sterke Duitse achterhoede te liggen aan de Voorste stroom en treffen de brug opgeblazen aan. Pas de volgende dag op 26 oktober 1944 in alle vroegte wordt de aanval ingezet. Dit gebeurt via een loopbrug, die nog intact is ongeveer honderd meter ten oosten van de vernielde verkeersbrug en de één kilometer verder oostwaarts aan de Gemullehoekenweg gelegen kleinere verkeersbrug, die lichte bataljonsvoertuigen kan doorlaten. Het doel is om een klein bruggenhoofd te slaan naar de spoorlijn om daarmee dekking te hebben voor de bouw van een noodbrug over de Voorste Stroom aan de Moergestelseweg voor de tanks. De Duitsers trekken zich daarop tegen het middaguur helemaal uit Oisterwijk terug. De Seaforth Highlanders brengen de nacht in Oisterwijk door, terwijl de Cameronians verder naar het westen, tegenover het Wilhelminakanaal bij Tilburg, hun bivak opslaan. Zo heeft de 46e Brigade positie ingenomen om de volgende dag op 27 oktober 1944 vanuit het oosten de bevrijding van Tilburg te ondersteunen.

© L.A.W.V.VIA-VIA

We volgen het fietspad na de oversteek van de Moergestelseweg op de noordelijke oever van de Voorste stroom tot aan het bruggetje dat we naar links oversteken en het Fietspad blijven volgen. Hier pikken we de markering van de wandelroute door de Duurzaamheidsvallei weer op. De routemarkering bestaat op het retourtraject naar Tilburg uit groene markeringspalen. Al direct passeren we een recent gebouwde fortificatie in de Voorste Stroom die een verwijzing is naar het voormalige Kasteel Durendael, dat hier ooit in het verleden heeft gestaan. Dit kasteel komt in 1477 voor het eerst in documenten vermeld en is in de 19e eeuw gesloopt waarna de overblijfselen van de grachten nog tot 1969 zichtbaar zijn geweest, als de Voorste Stroom wordt verlegd. De wandelende Dominee Jacobus Craandijk (1834-1912) beschrijft deze plek nog in 1875, in zijn reeks: Wandelingen door Nederland met pen en potlood Deel 7 op pagina 183 met de tekst: “Wat wij vermoedden wordt zekerheid door den naam Durendael, dien wij op de paaltjes bij de oprijlaan lezen. Durendael was een adellijk huis, indertijd een eigendom der Brederodes en Renesses, waaraan in 1647 door den Heer van de Nemerlaer het jagtregt over Heukelom werd opgedragen. Meer kunnen wij er niet van te weten komen, dan dat het omstreeks 1780 werd gesloopt. Bijzonderheden schijnen er niet van bekend”. Het is Jonkheer Jan Hendrik van Lynden tot Lunenburg (1765-1854) die het kasteel in het begin van de 19e eeuw heeft afgebroken. De funderingen van het kasteel, die in 1969 nog in de grond zitten, zijn minimaal zeven eeuwen oud.

De wandelroute volgt hier een flink stuk het fietspad langs De Voorste Stroom tot we bij KNP55 opnieuw de brug over de Voorste Stroom oversteken en op de Oisterwijksebaan aangekomen linksaf slaan. Bij het eerste zandpad aangekomen gaat de route naar links tussen de akkers en weilanden door en worden we naar rechts geleid door het nabuurontwikkelingsproject De Laars. Dit gebied op de noordelijke oever van de Voorste Stroom bestaat uit vochtige graslanden, waar niet gemest mag worden en die alleen in gebruik zijn als hooiland. Er is een amfibieënpoel gegraven met een steile en een glooiende oever. Door extensief beheer krijgen zeldzame planten en dieren hier een kans. We passeren KNP60 om dan bij KNP61 naar rechts door een elzenbosje even verderop langs KNP56 op de Laag Heukelomseweg uit te komen. Hier steken we schuin over en vervolgen de route over het Baaneind tot aan de bermpaal met groengele markering, waar we naar rechts de grasbaan nemen. Als we de Oisterwijksebaan zijn overgestoken bereiken we de spoorbaan en slaan bij KNP49 linksaf en komen onder de A65 bij KNP60. Hier staat op de kruising van wegen aan de Streepstraat een klein Maria kapelletje opgetrokken in baksteen. Wij wandelen noordwaarts en steken de spoorwegovergang over tot we bij KNP61 staan.

© L.A.W.V.VIA-VIA

Hier gaat het westwaarts over een zandweg tussen de percelen van boomkwekers door. We bewandelen hier een van de oudste routes in het gebied: het Pelgrimspad van Tilburg naar Den Bosch. In de tijd van het “Rijke Roomsche Leven” zijn het de pelgrims, die in de meimaand op weg naar Onze Lieve Vrouw van ’s-Hertogenbosch in de St. Janskathedraal, deze route volgen. Maar door de aanleg van vele nieuwe wegen en de spoorlijn is deze oude route in onbruik geraakt. Bij het talud van de Burgemeester Bechtweg aangekomen moeten we naar links aan de spoorbaan onder het viaduct door en kunnen we even naar rechts het oude Pelgrimspad weer oppikken achter de bebouwing aan de Bosscheweg. Dit pad heet ook wel het Oud Lovenpad, waar we langs het rioolgemaal van Berkel-Enschot komen en dat met de ronde rode kap direct in het landschap opvalt. In dit gebied stroomt ook de Zwartrijt, een onooglijk beekje dat op de tegenwoordige topokaarten nauwelijks nog vermeld staat. Van deze waterloop resteert alleen nog het gedeelte tussen de spoorlijn naar 's Hertogenbosch en mondt ten oosten van Moerenburg uit in De Leije. De loop van de Zwartrijt is nog goed te volgen op de kaart van Diederik Zijnen uit 1760 en is met een lengte van ruim zeven kilometer de langste waterloop, die binnen de gemeentegrens van Tilburg begon en eindigde. Het was een van de beruchte 'blauwsloten', waarop de fabrieken aan de Gasthuisring, het Wilhelminapark, de oostzijde van de Goirkestraat en het Julianapark vroeger hun afvalwater geloosd hebben. Het van noord naar zuid stromende deel is eeuwenlang de grens met Enschot geweest.

Aan het einde van het Pelgrimspad gaan we rechtsaf naar de Bosscheweg en slaan hier bij KNP51 linksaf en wandelen over de ventweg maast de drukke Bosscheweg tot aan de spoorbrug van de lijn Tilburg naar Den Bosch. Opnieuw naar links het fietspad volgen tot we na goed honderd meter opnieuw onder een spoorbrug door gaan. Hier is het de spoorverbinding van Tilburg naar Oisterwijk. Vanaf deze onderdoorgang hebben we zicht op het gebied Moerenburg. Hier zijn op sommige plekken in het landschap nog de restanten van bolle akkers zichtbaar. In vroeger tijden worden de akkers door de boeren bemest met de mest van schapen, die in de winter wordt verzameld in de stallen en vermengd wordt met heideplaggen. In het voorjaar wordt deze mest van op het land gebracht, waardoor de akkers elk jaar millimeter voor millimeterde hoger komen te liggen. Ook worden akkers zoveel mogelijk perceelinwaarts geploegd om de afwatering te verbeteren. Na honderden jaren mest opbrengen en ploegen heeft dit tot bolvormige akkers geleid. De moderne landbouw en het gebruik van kunstmest heeft deze bolle akkers steeds meer uit het landschap doen verdwenen, maar hier is op verschillende plekken in Moerenburg die fenomeen nog steeds waarneembaar.

© L.A.W.V.VIA-VIA

Vanaf deze plek bij KNP50 kiezen we voor de route naar rechts, die ons langs de voetbalvelden van de Tilburgse Sportvereniging L.O.N.G.A voert. Deze voetbalclub is, opgericht in 1920 met als klinkende naam: “Lichaams Ontwikkeling Na Geestes Arbeid’. Zo komen we aan het Wilhelminakanaal bij KNP88. Hier zijn we nog slechts een paar honderd meter verwijderd van het startpunt van onze dagwandeling. Langs het kanaal wandelen we zuidwaarts tot we bij KNP1 ter hoogte van de brug over het Wilheminakanaal aan de Hoevense Kanaaldijk en de Oisterwijkse Baan zijn. Even naar links en we bereiken de parkeerplaats bij Café Zomerlust. Het toeval wil dat tegelijk met ons ook de spelers van het eerste elftal van voetbalclub Willem II er met hun bolides arriveren. Zij komen in deze natte regenperiode hier naar het kunstgras van Sportvereniging L.O.N.G.A voor de middagtraining.

Wij zouden eigenlijk aan het einde van onze dagwandeling graag nog even een afsluitend drankje in Café Zomerlust willen nuttigen, maar dat zit er op deze woensdag in januari niet in! De uitspanning is nog gesloten, want In de winterperiode gaat het café pas om 15.00 uur open. We voelen er weinig voor om nog een dik half uur te wachten. Dus nemen we afscheid en spreken af elkaar opnieuw in februari weer te treffen voor een nieuwe wandeling. Het is dan de bedoeling om in de omgeving van Hilvarenbeek, Diessen en Baarschot op stap te gaan.

Charles Aerssens
18 januari 2016



Lange Afstand Wandelvereniging "VIA-VIA".

Gegenereerd op 28-01-2016 door C.P.J. Aerssens